Muziek

2 juli 2021

De top 10 CCC-nummers-aller-tijden.
Al deze nummers, tenzij anders aangegeven, zijn verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017, hier te verkrijgen.

Van boven naar beneden te beluisteren.

Jaap van Beusekom Ernst Jansz Joost Belinfante Huib Schreurs
1. 1. 1. 1.
2. 2. 2. 2.
3. 3. 3. 3.
4. 4. 4. 4.
5. Weary Blues
(1996)
5. Portland Town
(1984)
5. I’m Sorry
(1969)
5. Willie Boy
(1970)
6. Chantal 
(1985)
6. Nighttrain
(1973)
6. Green Green Happy Home (1970) 6. Coo Coo 
(1984)
7. De Beek
(1985)
7. Can’t Be Satisfied (1970) 7. The Harder They Come (1980) 7. The Battle of New Orleans (2020)
8. Last Change
(1984)
8. Lulu
(1980)
8. Is That All
(1987)
8. Sanne
(1980)
9. Louise
(1984)
9. Once I Lived The Life (1974) 9. Whisper Wishes (1989) 9. Midnight Special (1970)
10. The Visitor
(1970)
10. Ala-hi
(2004)
10. Bottle Up And Go (1970) 10. Dying on the Vine (2001)

Huib Schreurs koos als zijn nummer 5. Willie Boy (1970):

‘Toch ook alweer lang geleden fietste ik in Amsterdam Buitenveldert langs een rij garages. Uit een ervan klonk luid een drumstel. Een jongen, natuurlijk.

Wij konden, omdat wij weinig lawaai maakten, als hobby muziekclubje gewoon bij iemand thuis oefenen. Joost en Jaap kwamen met nummers aanzetten, we spraken af hoe ze te beginnen, waarna we er ons met z’n allen op stortten. Met meesterlijke energie, vergelijkbaar met die van de beginjaren van de punk, maar dan vrolijker, onbevangener. Het idee ooit voor een publiek te staan bestond niet, in ieder geval niet bij mij.

De optredens kwamen er langzamerhand toch en steeds meer. Het maakte ons allemaal niet uit, zelfs drie sets tot diep in de nacht waren geen probleem. We konden kiezen uit een repertoire van, in mijn herinnering of verbeelding, zo’n 230 liedjes, dat ik netjes op enkele kladblaadjes uitgeschreven had. Een setlijst hadden we niet, soms riep iemand wat, soms ontstond er een discussie en als een nummer lekker was gegaan speelden we het gewoon meteen of later op de avond nog een keer. We vertelden verhalen en maakten grappen, waar we zelf vaak de slappe lach van kregen. Er was weinig geld, maar voldoende bier en de whiskyfles of een stick ging het publiek rond. Het was geweldig, maar zoiets kan helaas niet duren. Niemand houdt dit vol zonder in clichés te vervallen.

Een van de eerste nummers die we zorgvuldiger in elkaar staken was Willie Boy. 1969? Ik denk met vertedering terug aan de jongens die we toen waren.’

Jaap van Beusekom, zang, autoharp; Joost Belinfante, Gibson Les Paul; Ernst Jansz, samenzang; Jan Kloos akoestische gitaar; Appie Rammers, bas; Huib Schreurs, mondharmonica

Willie Boy (CCC Inc.), opgenomen december 1970 in de Bovema Studio, Haarlem, onder de productie van Wim Noordhoek en Rik Zaal en verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017, Vol. III, To Our Grandchildren en op het gelijknamige album (1971)

 

Joost Belinfante koos als zijn nummer 5. I’m Sorry (1969):

I’m Sorry vond ik altijd heel leuk om te spelen. Ik deed daar een heerlijke kazoopartij bij, de hele band swingde en rinkelde, maar het mooiste was eigenlijk: Cor.
Cor van Sliedregt, mede-oprichter van CCC, aandrager van veel repertoire, was een nogal serieuze persoon. Hij benaderde de muziek op welhaast wetenschappelijke wijze, wat wel ereis ten koste ging van de ongedwongen swing. 

Cor van Sliedregt, 1968 (foto Molly Mackenzie)


I’m Sorry
was zijn liedje. Dwz het enige liedje dat hij zong. Als hij het inzette met zijn 12-snarige gitaar (leve Leadbelly) onderging hij een opvallende metamorfose. Er verscheen een ondeugend lachje op zijn gezicht en zodra hij begon te zingen kreeg hij olijke straaloogjes. Zijn enthousiasme was onweerstaanbaar. Band en publiek werden erdoor meegesleept. 
In een bandje, op een podium, kunnen muzikanten soms alle remmingen en gêne loslaten en hun pure ziel aan de wereld laten zien. Om daar getuige en misschien wel onderdeel van te zijn heb ik altijd één van de mooiste dingen gevonden van het muzikantenleven.’

Cor van Sliedregt, 12-snarige gitaar, zang; Joost Belinfante, kazoo; Jaap van Beusekom, wasbord; Frank Hoogkamer, theekistbas; Ernst Jansz, piano; Huib Schreurs, mondharmonica

I’m Sorry (trad.), opgenomen door Lennaert Nijgh, Heemstede 1969 en verschenen in de de Box CCC Inc. 1967-2017, Vol. XII, Oddities

 

Ernst Jansz koos als zijn nummer 5. Portland Town (1984):

‘In De Antwerpse jaren vertelt Jaap van Beusekom de ontmoeting van Joost en hemzelf met Derroll Adams, de banjospeler die nog met Woody Guthrie en Cisco Houston had gespeeld en die verkeerd had in de kringen van Bob Dylan. Zij raakten bevriend. Het was 1967, de tijd van de Muze in Antwerpen, De Waag in Haarlem en ’t Kloppertje in Amsterdam. Daar ontmoetten wij, gretige jonge honden, behalve Derroll Adams, folksingers als Ferre Grignard en Arlo Guthrie, Woody’s zoon.

’t Kloppertje, Jaap, Joost (met haarband) en rechts Arlo Guthrie op autoharp. (fotograaf onbekend)

Van Derroll leerde Jaap diens nummer Portland Town, een anti-oorlogslied uit de tijd van de oorlog in Korea (1950-1953). In feite was de hele folkscene met Woody Guthrie, Pete Seeger, Derroll Adams e.a. en later muzikanten als Bob Dylan, Joan Baez, The Byrds, Buffalo Springfield etc. een opmaat naar het make-love-not-war hippietijdperk van de late 60er en 70er jaren. Hun invloed daarin was enorm.

In 1967 nam Joost Jaap’s versie van Portland Town op met zijn 2-sporen bandrecorder die, zoals hij het zich herinnert, grijs en blauw van kleur was met als deksel twee afneembare luidsprekers. Het is nog de duidelijke Derroll Adams stijl met de two finger picking banjo techniek.
Die opname is hier te beluisteren en is verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017, Vol. I De eerste opnames.

Zeventien jaar later, in de Milestone Studio in het Zuid-Limburgse Borgharen, namen we het nummer nogmaals op, dit keer met een heel andere intentie. Jaap’s banjo stond weliswaar nog steeds aan de basis, maar het was Joost die met het uit zijn Korg Polysix getoverde geluid van een ratelende mitrailleur het oorlogsgeweld een stem gaf. Dat vulde hij zelf aan met zijn vervormde Gibson Les Paul en een oorverdovend peloton tetterende trombones. Het is wat mij betreft een van de meest wrange en imposante muziekstukken die wij ooit op de plaat hebben gezet.

Zie hier de tekst
Jaap van Beusekom, banjo, zang; Joost Belinfante, Gibson Les Paul, Polysix, trombone; Ernst Jansz, DX7 synth.

Portland Town (Adams), opgenomen januari/februari 1984 in de Milestone Studio, Borgharen, techniek Pierre Beckers, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017, Vol. VII, Van Beusekom, en op het gelijknamige album (1984)

 

Jaap van Beusekom koos als zijn nummer 5. Weary Blues (1996):

‘Begin er niet aan. Doe het niet. Vergrijp je niet aan nummers van Hank Williams (1923-1953). Hank Williams is zo ongelofelijk Hank Williams dat je altijd bent gedwongen om hem na te doen als je een van zijn nummers wil coveren en dat is onmogelijk. Dat wordt per definitie een parodie, een karikatuur. En dat zijn overigens nogal wat nummers, 167 om precies te zijn, waaronder 11 hits, een immense hoeveelheid ondanks het feit dat hij niet ouder werd dan 29 jaar.
Maar er is één uitzondering die deze regel bevestigt: Weary Blues of voluit, Weary Blues from Waiting uitgebracht in 1953 kort na zijn dood op nieuwjaarsdag in hetzelfde jaar. Om geheimzinnige en onverklaarbare redenen is het wel mogelijk om dit nummer geloofwaardig te coveren zonder dat het een karikatuur wordt. We spelen het al een lange tijd en het is een heerlijk nummer om te spelen en zingen met een meerstemmig refrein, een modulatie aan het eind en een genadeloos treurige en moedeloos makende tekst waarbij de hoofdpersoon, een betreurenswaardige, ongetwijfeld een blanke, pardon, witte man, voortdurend in tranen uitbarst. 
Voor die tijd, midden van de vorige eeuw, zeker in het Zuiden van de USofA, niet echt het politiek correcte mannelijke rolmodel.

Through tears I watch young lovers
As they go strolling by
For all the things that might have been
God forgive me if I cry.

We speelden het ook in juni 2006 in Semarang, Indonesië, waar de muziek en tekst van Hank Williams een grote aantrekkingskracht bleek te hebben op het Indonesische publiek. Ik denk te weten waarom…

https://www.youtube.com/watch?v=S1XpW7BYQFw

Amstelveen, 3 mei 2021’

Klik hier voor de volledige tekst.
Jaap van Beusekom, 12-snarige gitaar, zang; Joost Belinfante, samenzang; Ernst Jansz, piano, samenzang; Jan Kloos, gitaar; Huib Schreurs, mondharmonica

Weary Blues (Williams), opgenomen op 31 mei 1996 in het Burgerweeshuis, Deventer, zaalmix Mies Sleegers, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017,  Vol. X, Optredens en vakantiehuisjes

 

Huib Schreurs koos als zijn nummer 6. Coo Coo (1984):

‘Rechts vooraan op het podium staat Ernst achter een synthesizer die op zijn CP70 piano ligt. Daarnaast wat naar achteren staat Jan (Kloos) met zijn oranje Gretsch. Dan komen Jaap en Joost en helemaal links sta ik. Jaap en Joost zingen, Jaap speelt banjo, maar zelfs Joost weet niet meer of hij bij het nummer een instrument bespeelde. Hield hij een viool vast? Naast mij staan een stoel en een tafeltje met flesjes bier en een asbak. Ik speel mondharmonica, maar liever had ik op die stoel gezeten met een shaggie en wat rondgekeken naar het publiek en vooral naar mijn mede bandleden. Altijd een genoegen. We spelen Coo Coo op het Lochem festival in 1984.

Tot mijn verbazing tref ik het nummer 35 jaar later op de website van GeenStijl in de top 100 van hun ‘Dit is het beste nummer ooit’-lijst. Niet helemaal duidelijk is hoe de lijst is samengesteld, maar we staan op nummer 45. Boven ons staan op nummer 1 Creedence Clearwater Rivival, nummer 3 Little Feat en grootheden als Sinatra, Stones, Metallica, Dire Straits en Jeff Buckley. Onder ons Bowie, weer een nummer van de Stones (nota bene Paint it Black), Joe Jackson enz.

Geen idee hoe dit kan, maar een licht gevoel van trots kunnen we ons wel veroorloven.

En, Coo Coo gaat niet alleen over een koekoek.’

Klik hier voor de tekst
Jaap van Beusekom, banjo, zang; Joost Belinfante, samenzang; Ernst Jansz, DX7 synth, samenzang; Jan Kloos, gitaar; Huib Schreurs, mondharmonica

Coo Coo (Trad.), opgenomen door de VARA op 31 mei 1984 in het Openluchttheater Lochem, verschijnt dit jaar op de nieuwe CCC live cd

 

Joost Belinfante koos als zijn nummer 6. Green Green Happy Home (1970):

‘Green Green Happy Home was verreweg ons populairste eigen nummer. 
Toen we eenmaal met z’n allen in de Boerderij woonden, was het het eerste lied dat daar ontstond. De muziek en Huib zijn performance ademden het enthousiasme en de nieuwe energie die het begin van het commune-experiment kenmerkten. Wat kon dat happy home anders zijn dan die boerderij aan de bosrand die we samen bewoonden? Green Green Happy Home was een echt feestlied. 
In de coupletten wordt echter louter ellende beschreven die in dat huis plaatsvindt. De zanger eindigt het lied terwijl hij levenslang in de gevangenis zit, maar het blijft nog lang feest daar in dat Green Green Happy Home. 
Daarmee bleek dat eerste nummer min of meer een blauwdruk te bevatten van het verloop van het commune-experiment. Zou het waar zijn dat kunst aan de werkelijkheid vooraf gaat?

Ik koos het lied vanwege het spelplezier tijdens het lange feestelijke einde. In de zaal speelde ik daar namelijk bombardon bij. De bombardon is een blaasbas (bastuba) om mee te marcheren. De beker is schuin omhoog gericht en niet naar voren zoals bij een sausafoon. Je hangt hem om, je trekt hem aan zeg maar, en als je erop blaast voelt ie als een comfortabel knorrend slakkenhuis. Erg goed spelen kon ik er niet op, ook al omdat het instrument in een hogere stemming stond dan de band. Het kon alleen maar enigszins vals. Zo danste ik dan de zaal in, door de feestende menigte. Een ervaring die voor een geheelonthouder als ik heel dicht bij een uitgelaten dronkenschap leek te komen.’

Klik hier voor de tekst

Huib Schreurs, zang, kazoo; Ernst Jansz, piano, samenzang; Joost Belinfante, viool, drums, samenzang; Appie Rammers, basgitaar; Jan Kloos, gitaar, samenzang; Jaap van Beusekom, samenzang; Nettie Dugour, samenzang; Pita Zegstroo, samenzang; Josée Kennis, samenzang; Marianne Willemier-Westra, samenzang; Marianne Bessem, samenzang; Molly Mackenzie, samenzang; Frits van Doorninck, samenzang

Green Green Happy Home (CCC Inc.), opgenomen zomer 1970 in de Bovema Studio’s in Heemstede, productie: Rik Zaal, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017,  Vol. XII, Oddities en op single (1970)

 

Ernst Jansz koos als zijn nummer 6: Nighttrain (1973):

‘Dit nummer is mij dierbaar omdat het mij herinnert aan een voor mij bijzondere tijd. Ik had mijn studie biochemie in Amsterdam ingeruild voor het leven in een muziekcommune in de Brabantse Peel. In de hoofdstad, waar ik was geboren, had ik me nooit echt thuis gevoeld en als sombere jongeman was ik daar, aan de bosrand en temidden van mijn vrienden, wonder boven wonder meteen op mijn plek. Buiten de Boerderij, zoals we ons huis noemden, en mijn vrienden kon de depressie echter soms weer hard toeslaan. Zoals blijkt uit dit lied, geschreven in de nachttrein van Amsterdam naar Brabant, die in die jaren nog reed.
De luidruchtige soldaten, het meisje tegenover mij dat vergeefse pogingen deed om contact te maken, het geratel van de wielen op de rails, het wordt er allemaal in beschreven.

We namen het nummer op in de Manor Studio in Shipton-on-Cherwell, Oxford, Engeland. Een nieuw geluid en een nieuwe liefde. Zo begon, in die lente van 1973, een van de gelukkigste periodes uit mijn leven.’

Voor de Manor, foto Jarti Notohadinegoro

Zie hier de tekst
Ernst Jansz, zang, vleugel; Joost Belinfante, elektrische gitaar, samenzang; Jaap van Beusekom, pedal steel, dobro; Huib Schreurs, mondharmonica, samenzang; Johnny Lodewijks, drums; Pat Donaldson, basgitaar

Nighttrain (Jansz), opgenomen juni 1973 in de Manor Studio, Shipton-on-Cherwell, Oxford, Engeland, productie Sandy Roberton, verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, Vol. V, Castle In Spain, en op het gelijknamige album (1973)

 

Jaap van Beusekom koos als zijn nummer 6: Chantal (1985):

‘Ik weet niet meer wie van ons op het idee kwam om een Franse tekst te schrijven op een nieuw te maken nummer in Aywaille in 1985. Mede door de Franstalige omgeving van de Ardennen leek het ons een goed plan. Tijdens het schrijven werd driftig geput uit de kennis van het Frans, opgedaan tijdens onze lange schooljaren, wat resulteerde in het nummer Chantal, de fictieve naam van een Franse schoonheid die onbereikbaar bleek voor ons, gewone jongens. Joost zingt het romantische drama Chantal met een omfloerste, lichtelijk erotische stem. Het hoogtepunt of wellicht beter dieptepunt van het drama van deze onbereikbare liefde zat in het meerstemmige refrein: 

mon coeur fait boum, boum boum boum boum, mais le CX de ton ami zoum zoum zoum zoum
om te eindigen met het verzuchte Oh Chantal, tu me fais souffrir, Oh Cantal, je veux mourir……

Een Franse tragedie werd hier neergezet waarbij een auto, de Franse Citroën CX met daarin haar foute Franse vriend, al dit verdriet zou symboliseren. 


Het kostte gitarist Jan geruime tijd om de juiste, onheilspellende gitaarpartij in te spelen maar uiteindelijk stond het erop en hadden we ook wat. We waren er best trots op. 
In die jaren luisterde ik vaak naar Radio Tour de France waar tussen de wielerverslagen voornamelijk Franstalige muziek te horen was met naar mijn mening teveel Franse afgekloven nummers van steeds weer dezelfde Franse artiesten. Chantal leek mij bij uitstek een zeer geschikt nummer om gehoord te worden tijdens Radio Tour de France. Helaas, het heeft er nooit geklonken. Hier dan bij deze!

Amstelveen, 30 april 2021
Jaap van Beusekom’

Joost Belinfante vult aan:
‘Chantal was een meisje in Genk. Ik ging voor het eerst zelfstandig op vakantie met een vriend fietsen naar de Ardennen. Ik was 15. In Genk maakten we een praatje met Chantal en haar vriendin. De rest van de vakantie heb ik verliefd doorgefietst.’ 

Zie hier de gehele tekst.
Joost Belinfante, zang, synth., programmering Roland 808; Jaap van Beusekom, samenzang; Ernst Jansz, toetsen, trommel, samenzang; Jan Kloos, elektrische gitaar

Chantal (CCC), opgenomen juni 1985 in Aywaille, België, verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, Vol. VIII, Speed & Intensity, en op het gelijknamige album (1990)

 

Huib Schreurs koos als zijn nummer 7. The Battle of New Orleans (2020):

The Battle of New Orleans en de Oorlog van 1812

Van 1812 tot 1815 waren de Verenigde Staten in oorlog met Engeland, de Oorlog van 1812. Aanleiding was de handel van de Verenigde Staten met het Frankrijk van Napoleon, waarmee Engeland al vele jaren in oorlog was. De oorlog werd op zee en op land gevoerd en de Amerikanen zagen er een kans in via de grote meren te trachten Canada te veroveren. Maar hij leverde geen van de strijdende partijen iets op en op 24 december 1814 werd in Gent de vrede getekend. De VS hebben sedertdien nooit meer geprobeerd Canada in te lijven.

Omdat het nieuws van de ondertekening nog niet tot de Verenigde Staten was doorgedrongen kon op 8 januari 1815 The Battle of New Orleans plaatsvinden. 7500 Britse veteranen onder generaal-majoor Edward Pakenham waren op 13 december in de buurt geland. De 3100 (beroepssoldaten en getrainde vrijwilligers en militie) troepen van generaal-majoor en latere president van de VS Andrew Jackson waren daar al vanaf 1 december en begonnen – aangevuld met nog eens 2000 man ongetrainde en slecht bewapende militie uit de buurt – stellingen op te werpen. Op zondag de 8e volgt de slag.

Vader en zoon Dupuy wijden er in hun Encyclopedia of Military History uit 1970 een kort artikel aan.
The British infantry, in serried ranks, twice dared the aimed fire of Jackson’s riflemen behind the entrenchments, only to be completely repulsed. Some 2,100 of the attackers were killed or wounded; an additional 500 were captured. Pakenham and his 2 senior officers were killed leading their men. The survivors withdrew, Jackson wisely making no attempt at counterattack with his motley command. He lost 7 killed and 6 more wounded. One week later the British force retreated to its boats.

De Britten hadden in de oorlog op het slagveld licht de overhand gehad, maar The Battle of New Orleans was een complete overwinning voor de Amerikanen.

Het lied is van Jimmy Driftwood (die overigens ook onder veel meer Tennessee Stud schreef) en werd in de versie van Johnny Horton in 1959 een nummer 1 hit in Amerika. Het is een lekker lied en bijzonder is dat het ongegeneerd de ongetemde vreugde van de overwinnaars bezingt. Bij ons kwam Joost ermee aan en hij bracht een prachtige mondharmonicapartij mee. Ik speel hoempa akkoorden op de concertina. Simpel, maar een vreugde om te doen. De luisteraar kan thuis met een pan en een lepel makkelijk meedoen. Dat stoort niet.’

Joost Belinfante, zang, mondharmonica; Jaap van Beusekom, dobro, samenzang; Ernst Jansz, wasbord, stompbox, samenzang; Huib Schreurs, concertina, samenzang; Jan Hendriks, gitaar, samenzang; Richard Wallenburg, bas, samenzang

The Battle of New Orleans (Driftwood), live opgenomen op 15 februari 2020 in Paradox, Tilburg. Techniek Alex Cailliau. Te verschijnen op de nieuwe CCC live cd.

 

Joost Belinfante koos als zijn nummer 7. The Harder They Come (1980):

‘Een praktiserend muzikant wordt vaak gefotografeerd. Ik heb vele vele foto’s van mijzelf gezien. Eigenlijk is het steeds dezelfde foto. Mijzelf met of zonder instrument met een houding en een gezichtsuitdrukking die voor mij kennelijk karakteristiek zijn. 
Een enkele keer maakt iemand een foto waarop ik mijzelf haast niet herken. Een uniek moment. Dat ik net een hele rare bek trek, of midden in een onbewuste actie. Zo’n foto vind ik extra leuk en die onthoud ik ook. 
Zoiets is er ook met The Harder They Come. Het is een heel aparte eend in de bijt. Ik heb het lied niet meer beluisterd, maar kan het mij zó weer voor de geest halen, of althans, dat denk ik: een prachtlied, uitgevoerd door een wonderlijk orkestje, met een geluid dat  verder nooit ergens is gehoord.’

Jaap van Beusekom, zang; Joost Belinfante, viool, trombone, samenzang; Ernst Jansz, wasbord, samenzang; Jan Kloos, gitaar

The Harder They Come (Cliff), opgenomen in Berlicum, augustus 1980, verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, Vol. VIII, Speed & Intensity, en op het gelijknamige album (1990)

 

Ernst Jansz koos als zijn nummer 7. Can’t Be Satisfied (1970):

‘Volgens de annalen speelden we minstens 33 keer in Paradiso, Amsterdam (zie Concertgeschiedenis). We hadden er op de openingsavond opgetreden en waren vanaf dat moment innig met de club verbonden. Het was zo’n beetje onze thuishaven, ook nadat we met de hele band van Amsterdam naar De Peel waren verhuisd. Later zou Huib Schreurs, onze mondharmonicaspeler, er directeur worden en de zaal naar wereldhoogte stuwen.

Op deze opname uit 1970, 6 maart om precies te zijn, was daar nog geen sprake van. Het publiek bestond voornamelijk uit hippies, die stoned op de grond zaten of lagen. Dat belette ons echter niet om het hart uit ons lijf te spelen. Ik vind deze opname zo mooi omdat het in mijn herinnering het enige nummer was, waarbij Appie Rammers op bas en ik een soepele ritmetandem vormden. De stuiterende wasbordpartij was een kolfje naar mijn hand en paste wonderwel bij Appie’s bas, die vaak in andere nummers juist stuiterend was waar ie dat misschien niet had moeten zijn. Jaap zingt zijn keel schor en ook Jan Kloos op gitaar en Huib en Joost op mondharmonica gaan helemaal loos.
Wat een jongemannenpower!

De opname werd gemaakt door de VPRO, de enige omroep die in die jaren muziek van ons liet horen.’

Jaap van Beusekom, zang; Joost Belinfante, mondharmonica; Ernst Jansz, wasbord; Jan Kloos, gitaar; Appie Rammers, bas; Huib Schreurs, mondharmonica

Can’t Be Satisfied (Waters), opgenomen januari 1970 door de VPRO in Paradiso, Amsterdam, verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, Vol. XI, Bonustracks en B-kantjes


Jaap van Beusekom
koos als zijn nummer 7. De Beek (1985):

‘Zelden zoveel plezier gehad als bij het componeren, tekstschrijven en opnemen van De Beek in 1985. 
Met een gehuurd diesel Volkswagenbusje waren we in juni van dat jaar met 80 km per uur naar Aywaille gereden. Het busje was niet vooruit te branden. Wat ik mij herinner: die enorme boogbrug die we over sukkelden. Verder was het een prachtige rit richting het noorden van de Belgische Ardennen waar we een huisje hadden gehuurd om nieuwe nummers te schrijven en op te nemen. 
Zo ontstond er ook een Nederlandstalig punknummer dat de titel De Beek meekreeg. De tekst van het nummer is geniaal al zeg ik het zelf:

De Beek ruist zo Schoon 3x, De Beek ruist Zo …
De Koe is zo Dom 3x, De Koe is Zo… 
Het Gras is zo Zacht 3x, Het Gras is Zo…
De Pruimen zijn Rijp 2x, De Pruimpjes zijn Rijp, De Pruimen Zijn…
JodelijiejodelijiejodelieJahcha

Alles op volle kracht vooruit!
Iedereen brult mee, inclusief Jan.’

Amstelveen 1 april 2021

Jaap van Beusekom, banjo, zang; Joost Belinfante, viool, bijgeluiden, samenzang; Ernst Jansz, toetsen, samenzang; Jan Kloos, gitaar, samenzang; Huib Schreurs, samenzang

De Beek (CCC/Van Beusekom), opgenomen in Aywaille, juni 1985, verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, Vol. VIII, Speed & Intensity, en op het gelijknamige album (1990)

 

Huib Schreurs koos als zijn nummer 8. Sanne (1980):

‘Sanne en een man als Jan

Hoeveel verschillende stemmen zou een mens gedurende zijn leven horen? 100.000 in de stad en 50.000 als iemand daarbuiten woont? Meer, minder? En hoeveel stemmen zijn vertrouwd en worden onmiddellijk herkend? 300? En dan zijn er nog de zangstemmen. 50% van de wereldbevolking zal toch wel zingen, maar verschillen die zangstemmen net zoveel van elkaar als spreekstemmen? Bij regelmatige samenzang groeien stemmen in ieder geval op geheimzinnige wijze naar elkaar toe.
Jan Kloos, tot zijn overlijden in 1998 dertig jaar onze gitarist, zong nooit. Maar ik heb hem, hoewel hij ook geen piano speelde, wel wat jaren bezig gehoord met een pianostukje. Telkens verzon hij er wat bij en oefende dat eindeloos.
In Berlicum in 1980 leek het tijd het pianostukje eens fatsoenlijk op te nemen, maar het lukte Jan niet het foutloos te spelen. Ernst ging helpen en had de, dacht ik, rechterhand snel onder de knie. Ik herinner me hun ruggen naast elkaar aan de piano in de rommelige en rokerige ruimte waar wij Sanne opnamen. Wat een vreugde toen het gelukt was.
In mijn hoofd hoor ik de piano van Sanne en met gesloten ogen zie ik zijn handen en kan ik, zij het wat vaag, Jans beeld oproepen, maar ik heb geen idee hoe hij klonk als hij sprak.’

Jan Kloos en Ernst Jansz, quatre-mains piano

Sanne (Kloos), opgenomen in Berlicum, augustus 1980, verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, Vol. VIII, Speed & Intensity, en op het gelijknamige album (1990)

 

Joost Belinfante koos als zijn nummer 8. Is That All (1987):

‘Dit is weer zo’n pareltje van Huib uit de vakantiehuisjesperiode, dat we nooit live hebben uitgevoerd. Ik had er een leuke herinnering aan. Veel speelplezier. Nu ik het eens terugluister snap ik wel waarom. Ik heb naar hartelust getoeterd! Achteraf zou ik zeggen: ik heb misschien wel  iets teveel getoeterd.’

Huib Schreurs, zang; Joost Belinfante, samenzang, trombone, trompet; Jaap van Beusekom, banjo, dobro, samenzang; Ernst Jansz, toetsen, samenzang; Jan Kloos, gitaar

Is That All (Schreurs), opgenomen in Schaik, mei 1987, verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, Vol. VIII, Speed & Intensity, en op het gelijknamige album (1990)

 

Ernst Jansz koos als zijn nummer 8. Lulu (1980):

‘Eigenlijk vind ik elke uitvoering van dit liedje van Harry Nilsson even prachtig.
In de Melkweg, december 1992, hebben we het tijdens ons 25-jarig jubileumconcert gespeeld voor een opgewonden menigte, die gaandeweg het nummer stilviel. Te vinden in de Box CCC Inc. 1967-2017, volume IX.
Deze versie van Lulu is opgenomen op 20 augustus 1980, in een huisje ergens in de buurt van Berlicum. Onze jaarlijkse straatconcerten op koninginnedag, waar we met de pet rondgingen, hadden we wegens toenemende populariteit van Doe Maar verruild voor bijeenkomsten in afgelegen vakantiehuisjes. Daar kletsten we bij en maakten muziek.
Jaap herinnert zich: “er was een binnenplaatsje met een enorme tamme kastanje of walnotenboom en er was een gesloten drankkast die Huib en ik te lijf gingen.”

Speciaal voor de gelegenheid had ik een nieuw opnameapparaat aangeschaft: een heuse Tascam 4-sporen Cassetterecorder, waarop we konden indubben!

Ik heb deze versie van Lulu gekozen om het koortje op het eind en de klarinetsolo die slechts 4 maten duurt en die ik in de aangrenzende slaapkamer moest spelen, anders overstuurde het apparaat.

Joost speelt de 12-snarige gitaar en zingt met zijn mooiste stem alsof hij zelf de jongen is die zijn geliefde een gouden toekomst belooft: we could go to Vegas and be very happy, en wat te denken van: we could make a record, sell a lot of copies? Een belofte die, althans wat dit bandje betreft, nooit is uitgekomen. Maar ach, wat geeft het, onze geliefden hebben daar nimmer over geklaagd. Toch?’

Zie hier de tekst.

Het nummer heet eigenlijk The Lottery Song en in de officiële tekst wordt Lulu geschreven als Ooh-loo, wat waarschijnlijk zoveel betekent als: o, luister, of misschien gewoon lala.
Wij hebben er Lulu van gemaakt en zo heet de geliefde voor ons voor altijd: Lulu

Joost Belinfante, zang, 12-snarige gitaar; Jaap van Beusekom, dobro, samenzang; Ernst Jansz, klarinet, samenzang; Huib Schreurs, mondharmonica, samenzang

Lulu (Nilsson), opgenomen in Berlicum, augustus 1980, verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, Vol. VIII, Speed & Intensity, en op het gelijknamige album (1990)

 

Jaap van Beusekom koos als zijn nummer 8. Last Change (1984):

‘Last Change staat op de elpee Van Beusekom, opgenomen in 1984, midden in het decennium waar de synthesizer zijn intrede deed in de popmuziek. Dit nieuwe elektronische apparaat zou de muziekwereld uiteindelijk voorgoed veranderen. Op meer dan de helft van de nummers op de elpee wordt gebruik gemaakt van dit nieuwe ‘instrument’, wat voor Americanamuziek nogal uitzonderlijk en ongewoon is. Wellicht om die reden noemden wij het geluid op de hoes ‘accompanying noise’.
Last Change bestaat uit een begingedeelte van een traditional instrumentaal banjonummer Last Chance, en een eigen gecomponeerd gedeelte. Al het andere geluid, dus buiten dat van de banjo, wordt door Joost gemaakt op zijn Korg Polysix, een zes-stemmige polyfone analoge synthesizer.
Hij kon er de vreemdste geluiden uit toveren die wonderwel mengden met het geluid van de banjo.
Zelf ben ik nog steeds content over deze combinatie van traditie en het toen nieuwe elektronische geluid.
Van Last Chance naar Last Change.

Amstelveen, 1 maart 2021′

Jaap van Beusekom, banjo; Joost Belinfante, accompanying noise

Last Change (trad./Van Beusekom), opgenomen januari 1984 in de Marlstone Studio in Borgharen, techniek Pierre Beckers, productie Ernst Jansz, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017,  Vol. VII, Van Beusekom, en op het gelijknamige album (1984)

 

Huib Schreurs koos als zijn nummer 9. Midnight Special (1970):

‘Ernst en ik beginnen. De trein komt langzaam op gang en we zoeken naar een ritmisch lekker lopende rif (tsjang tsjang boem boem tsjanketsjangtsjang, bijvoorbeeld). Vervolgens versnellen we. Als we op stoom zijn komt Joost erbij. Nog sneller gaan we, zo snel mogelijk. Tot Ernst en ik half stervend op moeten geven en de trein vaart laten minderen en stoppen. In een korte stilte begint Joost op z’n mondharmonica de melodie te spelen, waarna met het refrein de hele band invalt.

En dan komt het, Jaap en Joost zingen. Over het perron komt een vrouw aanlopen.

Yonder comes miss Rosie
How in the world do you know
Well I know her by the apron
And the dress she wore
Umbrella on her shoulder
A piece of paper in her hand
I’m gonna ask the governor
To turn a-lose my man

Een mooi beeld in een prachtige tekst, opwindend, maar ook keihard. Een man kijkt naar haar door de tralies van de gevangenis waarin hij opgesloten zit.

De opname is een wat ingekorte versie van onze eerste LP uit 1970 en het is een van de weinige nummers die we nog steeds spelen. Altijd als het voorlaatste nummer, omdat ik in ieder geval daarna geen pap meer kan zeggen. En het is altijd zeer goed en, ik schat, drie van de vijf optredens verpletterend.

Artiesten zien zichzelf nooit optreden. Maar ik zou graag in de zaal willen staan en kijken of het echt waar is.

P.S. Ik had nog wat over de man-vrouw verhouding willen zeggen, maar deze tekst doet dat vanzelf eigenlijk al.’

Zie hier de gehele tekst.
Jaap van Beusekom, zang; Joost Belinfante, zang, mondharmonica; Ernst Jansz, wasbord, samenzang; Jan Kloos, gitaar; Huib Schreurs, mondharmonica

Midnight Special (trad.), opgenomen december 1970 in de Bovema Studio’s in Heemstede, productie Wim Noordhoek en Rik Zaal, verschenen in de Box  CCC Inc. 1967-2017,  Vol. III, To Our Grandchildren en op de gelijknamige lp.

 

Joost Belinfante koos als zijn nummer 9. Whisper Wishes (1989):

‘Whisper Wishes hebben we voor zover ik weet nooit live gespeeld. We namen het op in een vakantiehuisje in de tijd dat we helemaal niet optraden. Alle creativiteit en energie moesten we in die opnamen kwijt. We maakten er uitgebreide werkstukken van. Daar had ik veel aardigheid in. Bovendien was ik vereerd dat Huib er op stond dat ik zijn lied zong. Het heeft dat enigszins mysterieuze dat al Huib zijn liederen kenmerkt. Zowel in zijn muziek als in zijn teksten. Hoewel het aan de oppervlakte liedjes over de liefde en de liefste zijn, in de beste traditie van de rock n roll, lijkt er daaronder altijd een diepere betekenis te liggen. Een betekenis die niet in woorden kan worden uitgedrukt óf een boek van meer dan 1000 pagina’s nodig heeft om begrepen te kunnen worden. Dat maakt het zingen spannend.’

Zie hier de tekst
Joost Belinfante, zang, viool, triangel; Jaap van Beusekom, banjo, samenzang; Ernst Jansz, toetsen, percussie, samenzang; Jan Kloos, gitaar; Huib Schreurs, concertina

Whisper Wishes (Schreurs), opgenomen juni 1989 in Eesveen, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017, Vol. VIII, Speed & Intensity en op het gelijknamige album (1990)

 

Ernst Jansz koos als zijn nummer 9. Once I Lived The Life (1974):

‘Een van onze klassiekers. We speelden het nummer van 1969 tot 2008. Deze versie is op 19 augustus 1974 opgenomen in het toenmalige Shaffy Theater (tegenwoordig weer Felix Merites) in Amsterdam. CCC had drie maande eerder in Paradiso een (voorlopig, bleek later) afscheidsconcert gegeven, maar we wilden ons nog even live laten vastleggen. Er werd een nieuwe platenmaatschappij gevonden in Polydor en Boudewijn de Groot zou de productie doen. De bezetting was die van de afscheidstournee, met Sjonnie Lodewijks op drums en Pé de Vé (Peter de Vries uit Mierlo-Hout) op basgitaar. Het lied laat op een overtuigende manier de onwaarschijnlijke potentie horen van onze twee zangers, Joost Belinfante en Jaap van Beusekom: ze blazen je, desnoods onversterkt, met groot gemak van het podium af.

Afgezien daarvan vind ik deze versie aantrekkelijk omdat hij eindigt met de razendsnelle vaudeville variant, zoals wij die toen speelden. Daarvoor moest ik na het slotakkoord op de piano in no time overstappen op het wasbord, het op mijn schoot leggen, de microfoon er boven hangen en ook nog de metalen vingerhoedjes om doen, drie aan elke hand, die daartoe al klaar lagen op het toetsenbord van de piano. Meestal tapete ik ze vast, om ze tijdens het spelen niet te verliezen, maar daar moest ik nu van af zien, met het gevaar ze tijdens de wasbordsolo de zaal in te katapulteren. Zo te horen deed ik de hele change-over in nauwelijks 4 seconden en bleven de vingerhoedjes op hun plaats.
Het verrassende einde van het nummer was, meen ik me te herinneren, een van de vele spitsvondigheden uit de koker van Huib Schreurs.’

Joost Belinfante, zang; Jaap van Beusekom, zang, banjo; Ernst Jansz, piano en wasbord; Jan Kloos, gitaar; Huib Schreurs, mondharmonica en kazoo; Sjonnie Lodewijks, drums; Peter de Vries, basgitaar

Once I Lived The Live (Cox), opgenomen 19 augustus 1974 in het Shaffy Theater in Amsterdam, productie Boudewijn de Groot, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017,  Vol. VI, CCC For Ever, en op het gelijknamige album (1974).

 

Jaap van Beusekom koos als zijn nummer 9. Louise (1984):

‘Ik leerde het nummer Louise van de onlangs gestorven Norris Bennett met wie ik eind jaren zeventig en begin jaren tachtig regelmatig een duo vormde.

Jaap en Norris, Lochem festival 1974, met het nummer Louise. Foto Kees Tabak.

Louise is geschreven door de vergeten Singer-Songwriter Paul Siebel (1937), een  begenadigd folkzanger en liedschrijver uit de folk boom van de jaren zestig/begin zeventig, die in de voetsporen van Dylan in Greenwich Village in New York carrière trachtte te maken. Hij bracht voor Electra in de jaren ’70 en ’71 twee briljante elpees uit die toen slecht verkochten, Woodsmoke & Oranges en Jack-Knife Gypsy geheten, om daarna geheel in de vergetelheid te geraken.

Louise schetst het portret van een gehandicapte jonge vrouw, veroordeeld tot een leven waarin het niet goed afloopt. Een delicate, omfloerste tekst, met geen woord teveel  en een perfect muziekschema.  Geen wonder dat het vaak is gecoverd door onder andere Leo Kottke, Bonnie Raitt en Linda Ronstadt.’

Amstelveen, 28 januari 2021

Jaap van Beusekom, zang, dobro; Joost Belinfante, trombone, samenzang; Ernst Jansz, accordeon, synth., samenzang; Jan Kloos, gitaar; Huib Schreurs, mondharmonica

Louise (Siebel), opgenomen januari 1984 in de Marlstone Studio in Borgharen, productie Ernst Jansz, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017,  Vol. VII, Van Beusekom, en op het gelijknamige album (1984).

 

Joost Belinfante koos als zijn nummer 10. Bottle Up And Go (1970):

‘Ik luister het liefst naar muziek die ik nog niet ken. Naar platen of cd’s van bandjes en producties waar ik in gespeeld heb luister ik nooit. Ik ken die muziek al en ik hoor voornamelijk fouten die niet meer hersteld kunnen worden. Mijn top tien van CCC heb ik louter samengesteld op grond van de herinnering aan het speelplezier dat ik had bij het spelen. Wát ik bij een nummer speelde, of wat de anderen erbij speelden, herinner ik me meestal niet. 
Voor deze gelegenheid heb ik Bottle Up And Go op mijn laptop afgespeeld. Tjonge wat een vaart, wat een energieke Jaap. Leuk om daartussen te staan. Maar, wat doe ík eigenlijk? En dan komt ie: een kazoosolo als een baritonsax. 
Bij onze allerlaatste optredens deden we een lied met 2 kazoo’s. Toen koos ik ook een baritonpartijtje en ik beleefde er evenveel plezier aan als 50 jaar geleden!’

Joost Belinfante, zang, kazoo; Jaap van Beusekom, zang; Ernst Jansz, piano; Jan Kloos, gitaar; Huib Schreurs, mondharmonica; Appie Rammers, basgitaar

Bottle Up And Go (trad.), live opgenomen door de VPRO op 6 maart 1970 in Paradiso, Amsterdam, productie Wim Noordhoek, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017, Vol. XI, Bonustracks en B-kantjes.

 

Huib Schreurs koos als zijn nummer 10. Dying On The Vine (2001):

‘Veel liedjes van levende artiesten spelen we niet. De uitvoering van Dying on the Vine is een korte versie van het lied van de geboren Welshman John Cale. Zo dreigend en verpletterend mooi als de zijne is onze uitvoering niet, dat hoeven wij ook niet te proberen. De uitvoering is wat lichter en bovendien korter omdat we bij de opnames maar een deel van de hele tekst ter beschikking hadden. Desalniettemin, somber en prachtig, we hoeven ons tegenover Cale niet te schamen.’

Jaap van Beusekom, zang; Joost Belinfante, viool, Ernst Jansz, accordeon; Jan Kloos, gitaar; Huib Schreurs, concertina

Dying On The Vine (1993), opgenomen november 1993 in Lippenhuizen, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017,  Vol. IX, Jan, en op het gelijknamige album (John Cale).

 

Ernst Jansz koos als zijn nummer 10. Ala-hi (2004):

‘De melodie met de soms uiterst vreemde akkoordenwisselingen en de al even vreemde tekst van dit lied heb ik ooit gedroomd en mee kunnen smokkelen naar deze wereld.
De eerste uitvoering ervan was tijdens de toernee met de reggae formatie de Rumbones in 1977, met een samenzang van Joost Belinfante en Henny Vrienten.
Deze versie is opgenomen in Surabaya, 3 juni 2004, tijdens de eerste toernee van de CCC door Indonesië, het land van mijn vader. We speelden in hotel Majapahit, ‘een mooi koloniaal hotel met sfeer’, zoals het in de eigen website wordt genoemd, maar vooral een plaats met historie. Ooit, in de tijd onder Nederlands gezag, heette het Oranje Hotel, gebouwd in art deco-stijl en was het een van de beroemdste hotels van Azië. Maar bij de Indonesiërs zelf is de naam Hotel Merdeka het meest bekend, omdat daar, na het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1945 de eerste Indonesische vlag werd gehesen.

CCC in Surabaya, Indonesië, 2004

Jaap had speciaal voor de gelegenheid een zinnetje Indonesisch uit zijn hoofd geleerd en een traditioneel krontjong instrument, de lapsteel, meegenomen en Joost bleef niet achter met zijn djoek, zoals daar de ukelele wordt genoemd. Toen het lied al zo goed als afgelopen was, en alleen de djoek van Joost nog voortkabbelde, hoorden we plotseling een wonderlijk geluid: het publiek was zachtjes aan het zingen. Een kippenvelmoment.’

Ernst Jansz, zang, gitaar; Joost Belinfante, ukelele, samenzang; Jaap van Beusekom, lapsteel, samenzang, Huib Schreurs, samenzang

Ala-hi (Jansz), opgenomen op 3 juni 2004 in het Majapahit hotel in Surabaya, techniek: André de Bruin, verschenen in de Box CCC Inc. 1967-2017,  Vol. XII, Oddities. 

 

De top 10 CCC-nummers-aller-tijden van Jaap van Beusekom is in chronologische volgorde en begint met 10. The Visitor (1970):

‘Toen ik op mijn 14e besloot dat ik banjo wilde leren spelen had ik geen idee waar ik aan begon. Nederland kende het instrument nauwelijks en dan alleen in de 4-snarige versie zoals die in de dixielandjazz werd gebruikt of als mandoline-banjo, een mandoline vermomd als banjo. Ik kreeg er een op mijn veertiende verjaardag. Heel even heb ik op de muziekschool les gehad op een mandoline-banjo. Veel tremolo op Duitse jodelmuziek. Een relikwie, overgebleven uit de Nederlandse vooroorlogse culturele blik naar het oosten.  Maar de cultuur van de vijand uit het oosten, Duitsland, was ingewisseld voor die van de overwinnaar van WO2 uit het westen: Amerika. Die mandoline-banjo leek in niets op de banjo die ik hoorde in de muziek die mij had doen besluiten banjo te leren spelen. Het was de muziek van ondermeer een LP van mijn vader, Folksay geheten, met Amerikaanse muzikanten zoals onder andere Leadbelly, Woody Guthrie, Pete Seeger en Sonny Terry. https://www.discogs.com/Various-Folksay-A-Collection-Of-American-Folksongs/release/9746483 Uiteindelijk kwam ik er achter dat het een 5-snarige banjo was die werd gespeeld in de toen nog onbekende muziek: Amerikaanse folkmuziek. Een snaarinstrument, oorspronkelijk afkomstig uit West-Afrika, met een vijfde drone-snaar halverwege de nek. https://www.cccinc.nl/ccc/instrumenten/de-geschiedenis-van-de-banjo/
Nadat ik op 4 augustus 1966 in bezit was gekomen van het boek, How to play the 5-string Banjo, van Pete Seeger kon ik aan de slag. Ik bestelde in New York elpees van Folkways-Records van onder meer banjospelers als Wade WardClarence Ashley, Mike Seeger en Dock Boggs om na een aantal jaren zwoegen (waardoor ik twee keer op de HBS ben blijven zitten) de verschillende technieken onder de knie te krijgen. Het mooiste voorbeeld is hiervan te horen op het door ons zelf geschreven en mijn favoriete nummer The Visitor op onze eerste elpee To Our Grandchildren. Ik maak daar afwisselend gebruik van  twee stijlen, in de terminologie van Pete Seeger,  Double Thumbing en Frailing. Het was en is nog steeds voor mij de kroon op het werk van al die jarenlange inspanningen om dit toen volstrekt onbekende instrument onder de knie te krijgen.’

Zie hier de tekst van The Visitor
Joost Belinfante, zang; Ernst Jansz, zang; Jaap van Beusekom, banjo; Jan Kloos, gitaar

The Visitor (Belinfante/Beusekom/Jansz), opgenomen december 1970 in de Bovema Studio’s in Heemstede, productie: Wim Noordhoek en Rik Zaal, verschenen in de Box  CCC Inc. 1967-2017,  Vol. III, To Our Grandchildren en op de gelijknamige lp.

 

CCC LIVE!
Hier wat liedjes, de meeste nooit eerder uitgebracht, die we speelden tijdens onze laatste optredens vlak voor de crisis in 2020 en de verhalen erachter.

 

Angel Band (J.Hascall/W.Bradbury)    TROOST

Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen. Techniek Alex Cailliau.

Joost Belinfante:
‘Ik vond het lied Angel Band terwijl ik op zoek was naar iets anders. Het werd gezongen door de Peasall Sisters, drie zusjes van 7, 10 en 13 jaar oud ttv de opname. Ik ben sowieso al gevoelig voor kindergezang en al helemaal van zusjes of broertjes. De gelijke klank en dictie leveren altijd een bijzonder geluid op. Nu was ik bovendien net op een leeftijd gekomen waarop ik de neiging kreeg om eens wat te gaan weggooien om mijn nabestaanden een hoop zinloze emotionele beslissingen te besparen. De prachtige uitvoering van het lied en de wonderschone kinderstemmen vermengden zich met de troostrijke tekst. Normaal gesproken geloof ik in hemel, hel noch engelen maar dit lied overtuigde mij dat het geen kwaad kan om het soms een beetje wèl te doen.’

 

Ophelia (R.Robertson)   VERVLOGEN

Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen. Eerder opgenomen in maart 1983 en uitgebracht in de verzamelbox CCC Inc. 1967-2017, Vol. X, Optredens en Vakantiehuisjes (1983-2007), track 4 (luister hier).

Jaap van Beusekom:
‘Eind jaren zeventig heb ik een tijd solo gespeeld waarbij ik mijzelf behalve op banjo, autoharp en dobro ook begeleidde op 12-snarige gitaar. Vooral nummers van The Band zoals The Night They Drove Old Dixie Down en  Ophelia  leenden zich op de een of andere manier goed voor dit instrument. In Amstelveen had ik de 12-snarige Martin meegenomen dus we besloten ter plekke Ophelia die avond te spelen, zonder te oefenen.

The Band  bestond van 1968 tot 1976. Bekend werden ze onder meer als begeleiders van Bob Dylan en van hun debuutelpee Music from Big Pink, genoemd naar het roze geschilderde huis waar ze het album opnamen en waar ook de later uitgegeven Basement Tapes van Bob Dylan het licht zagen. Ze namen schitterend afscheid met een laatste concert, samen met talloze muzikale vrienden, The last Waltz geheten, meesterlijk verfilmd door Martin Scorsese. Tot op de dag van vandaag een van de beste muziekregistraties in de geschiedenis van de popmuziek. In de film is een prachtige uitvoering te zien van Ophelia, een verhaal over een vervlogen liefde,  gezongen door drummer Levon Helm met een fraai blazers-arrangement.’

 

Rocky Top (F. en B. Bryant)   HOME

Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen.

Joost Belinfante:
‘Rocky Top is ook zo’n liedje dat, eenmaal gehoord, verder in mijn hoofd blijft opduiken. Ik raakte in dat soort wijsjes geïnteresseerd omdat het buiten mij om gebeurt. Ik vind het niet altijd de mooiste liedjes. Ze leiden een eigen leven in mij.
Ik hoorde Rocky Top in de jaren vijftig als bluegrass-hit van de Osborne Brothers. 60 jaar later was het bij mij veranderd in meisjesrock. Ik dacht het te vinden bij Little Eve, Wanda Jackson of Brenda Lee, maar nee dus.
Het lied had zich inmiddels ontwikkeld tot één van de volksliederen van de staat Tennessee en wordt uitgevoerd door marching bands en militaire kapellen, gezongen door menigten in stadions.
Wat is het dat zo’n simpel liedje een dergelijke reikwijdte geeft? In de tekst zit het niet, zoals de luisteraar kan vaststellen. Het zit kennelijk in de muziek en is met woorden niet goed te beschrijven. Geen betere manier om dit te onderzoeken dan het lied zelf te zingen. En wat blijkt? Het lied zingt heerlijk weg! De samenzang tilt de zangers naar een hoger niveau. Band en publiek stijgen net die paar millimeter boven het alledaagse die het überhaupt de moeite waard maken om een concert te bezoeken. Enfin, met woorden moeilijk te beschrijven dus.
Maar toeval is het niet, want het songwriters echtpaar Felice en Boudleaux Bryant heeft een hele reeks grote hits en schitterende liederen geschreven voor de belangrijkste artiesten van die dagen.’

 

John Hardy (traditional)   MOORD EN DOODSLAG

Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen. Eerder, in een langzame uitvoering, in 1969 vastgelegd door Lennaert Nijgh en uitgebracht in de verzamelbox CCC Inc. 1967-2017, Volume II, De VPRO en Nijgh tapes, track 11 (luister hier), in de toenmalige bezetting met Cor van Sliedregt op 12-snarige gitaar en Frank Hoogkamer op theekistbas (later dat jaar vervangen door resp. Jan Kloos, gitaar en Appie Rammers, bas).

Jaap van Beusekom:
‘John Hardy is een klassieke murderballad uit het Americana repertoire van de traditionals.
Er bestaan veel van dit soort ballads en ze gaan bijna altijd over mannen die niet willen deugen maar toch met een zekere romantiek worden neergezet.
Soms werd de schurk een Robin Hood-achtige imago opgeplakt waarbij hij geld nam van de rijken om dat aan de armen te geven. Maar ook veel relatieproblemen eindigden in moord en doodslag op vrouwen door slechte mannen.
In de versie die ik speel is de banjo in G-mineur gestemd waar ik de muzikale vrijheid benutte om er af en toe een Es-majeur bij te spelen.
Ik speelde het nummer in het muziektheaterstuk van Ischa Meijer midden jaren tachtig, Hallo Acapulco geheten. De tekst van John Hardy paste wonderwel bij de inhoud van de voorstelling die geheel was gewijd aan ouders, oorlog en concentratiekampen.
Ischa was er heel tevreden over.’

 

Ashokan Farewell (J.Ungar)   SORROWFUL

Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC in Amstelveen op 28 februari 2020. Verscheen al eerder op de cd Jack Owned Another House, die in eigen beheer werd uitgebracht in 2017.

Joost Belinfante:
‘De eerste keer dat ik Ashokan Farewell hoorde, biggelden de tranen van ontroering over mijn wangen. Wat een prachtige, oeroude, Schotse melodie!
Het bleek dat het hét muzikale symbool van de Amerikaanse burgeroorlog was en de herkenningsmelodie van een veeldelige TV-serie over dat onderwerp.
Maar íets klopt er niet. De melodie is niet oeroud, maar in 1982 gecomponeerd door Jay Ungar en per toeval in de TV-serie terechtkomen. Jay, een fiddlespeler, was in ‘81 van the Bronx NYC, naar het dorpje Shokan in the Catskills verhuist. 11 km van Woodstock. Na een jaar keihard werken en verbouwen gaf hij er zijn eerste fiddleworkshop: Ashokan fiddle & dance camp. Het was een groot succes! Toen hij na het knallende eindfeest alleen achter was gebleven, werd hij overvallen door een hevige after-party-dip en hij schreef Ashokan Farewell terwijl de tranen over zijn wangen biggelden. Zo zie je maar, er klopt ook iets wèl.’

 

Willie and the Handjive (J.Otis)   HØKEN

Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen.

Joost Belinfante:
‘Johnny Otis had halverwege de vorige eeuw een eigen TV-show. Daarvoor had hij wekelijks nieuwe liedjes nodig. Die schreef hij zelf. Het werk bestaat uit een diarree van middelmatige ballads en een groot aantal liedjes geënt op (en slappe aftreksels van) toenmalige hits van de dag. Deze hadden bij Johnny meestal de vorm van een dans. Wie bij het grote publiek een lied met een dans weet te planten kan immers veel populariteit oogsten. Zie bv de Twist, de Lambada, de Vogeltjesdans of de Gangnam Style. Met ‘Willie and the handjive’ schoot hij midden in de roos. Dat had meerdere redenen. De inspiratie voor de muziek had hij ongetwijfeld van de oer-rocker Bo Diddley geleend. Drie enorme zwarte vrouwen deden op TV een dans met hun handen. Die dans sloeg aan. En misschien wel de belangrijkste reden was dat waar ‘Willy’ een bijnaam is voor het mannelijk geslachtsdeel, ‘handjive’ natuurlijk een ondeugende bijbetekenis heeft, en wel één waar in die dagen helemaal niet over gesproken kon worden.
Ik moet Johnny Otis echter niet tekort doen. Het liedje heeft ook een geniale muzikale twist, waardoor het 62 jaar later nog steeds gespeeld wordt: de eerste ‘handjive’ van ieder refreintje wekt even de indruk van een foute noot op een verkeerd akkoord. Een oneffenheid. En zoals een wiel met een oneffenheid telkens als de hobbel is overwonnen weer snelheid oppikt, zo lijkt de handjive bij elk refrein nieuwe energie op te doen en zichzelf te vernieuwen.’

 

Mississippi Sawyer (traditional)   OEPS!

Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen. Eerder live opgenomen op 21 december 1992 in De Melkweg, Amsterdam, een langzame uitvoering met de complete Doe Maar bezetting, en verschenen op de cd Jan, 2001 en in de verzamelbox CCC Inc. 1967-2017, Volume IX, track 16 (luister hier).

Jaap van Beusekom:
‘Er bestaan verschillende theorieën  over de afkomst van de naam Mississippi Sawyer. Het kon het beroep van houtzager betekenen maar ook de handeling en beweging van de strijkstok, het ‘zagen’ op de fiddle . De meest bekende theorie is echter een merkwaardig natuurkundig fenomeen van de Mississippi, een van de langste en grootste rivieren ter wereld, met een geschiedenis van enorme overstromingen. Vooral in het Zuiden veroorzaakten deze overstromingen geweldige verzakkingen die hele stukken bos met moerascipressen van tientallen meters hoog in het water deden verdwijnen. Uiteindelijk doken deze bomen, Mississippi Sawyers genaamd, weer op om vervolgens veel onheil aan te richten vooral voor de scheepvaart.
Lees er de avonturen van Tom Sawyer van Mark Twain maar op na.’

 

Battle of New Orleans (J.Driftwood)  PROUD AND MANLY

Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen op 15 februari 2020 in Paradox, Tilburg. Techniek Alex Cailliau.

Joost Belinfante:
‘Het lied was een wereldhit in 1959, het jaar waarin mijn broertje geboren werd.  Dat jaar stonden o.a. Elvis, Little Richard en Lloyd Price in de hitparade. Lonny Donegan was niet bepaald cool om leuk te vinden. Toch hoorde ik mijzelf de rest van mijn leven op onbewaakte momenten het melodietje fluiten. In 2019 werd mijn broertje 60. Ik zocht iets om op zijn verjaardag te zingen en kwam het lied weer tegen. Dat viel niet mee. Alle uitvoeringen gaan te snel en hebben iets slaps. Het moest volgens mij veel martialer. Wij zijn met ons bandje perslot een soort peloton. Heel geschikt voor een klein soldatenkoor. Zoiets hadden we nog nooit gedaan en het klonk, zoals verwacht, als een klok!’

 

Big John McNeil (traditional)   VIOOL

Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen.

Joost Belinfante:
‘Bij mijn jacht op allerlei fiedelarij stuitte ik op het volk der Métis.
http://www.dekiva.nl/Boek_Vrije_mensen__het_vergeten_volk_INFO_A4.pdf
De viool is daar het nationale instrument. Er bevindt zich een schat aan fiedelistiek. Pelsjagers uit Schotland en het Gallische Auvergne brachten hun violen mee naar Amerika en hun wijsjes. De viool was net zover ontwikkeld dat hij luid genoeg was om in beide culturen de doedelzak te verdringen. Zo kwamen twee stammen van doedelfiddlemuziek aan in de wouden van noordelijk Amerika. Ze leken op elkaar, maar verschilden ook, zoals het ritme en de melodie van het gaelic verschillen van die van het occitaans.
In de kinderen die de fiedelaars kregen van indiaanse vrouwen, die mestiezen werden genoemd, vermengden zich de beide fiddlemuziekstammen met indiaanse muziek.
Indiaanse muziek gaat anders om met maten en tellen. Métismuziek klinkt heel vanzelfsprekend en swingend, maar fiddlespelers uit andere delen van Amerika hebben moeite om met ze mee te spelen. Wie het wijsje niet precies kent, loopt het risico met al zijn vingers in de knoop te geraken door, in onze beleving, toegevoegde of weggelaten tellen.
Het natinale fiddlepiece is de Red River Jig, die meer een reel is dan een jig, en ritmisch, voor mij althans, best lastig te doorgronden.
Het wijsje Big John McNeil heb ik van de Métis. Of waarschijnlijk vía de Metis uit Schotland. Het is heel regelmatig, daarom kan ik het spelen. Natuurlijk niet zoals een authentieke Métis. Het wijsje moet zich maar weer aanpassen.’

 

De Never Ending Tour (E.Jansz)   ROBERT & ROBERT

Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen tijdens het optreden van CCC op 9 februari 2020 in Luxor Live, Arnhem. Techniek Alex Cailliau.

Ernst Jansz:
‘Ik wilde ons repertoire graag uitbreiden met een nummer à la Can’t Be Satisfied van Muddy Waters, dat wij in een razend tempo ooit gespeeld hadden in de 70er jaren. Er bestaat een opname van uit Paradiso, 6 maart 1970, die is verschenen in de box CCC Inc. 1967-2017, volume XI, track 4, waarop dat razende tempo goed te horen is (luister hier). Een lekker wasbordnummer. Maar Jaap zei dat ie het niet meer kon zingen. Toen dacht ik: dan schrijf ik zelf zoiets. Ik begon enthousiast. Een lied over onze helden Robert Johnson en Bob Dylan en het vreemde verhaal dat Robert Johnson zijn ziel aan de duivel had verkocht en daarom zo goed gitaar kon spelen. Ik zag een verband met het feit dat Dylan’s vrienden hadden verklaard dat hij van de ene dag op de andere ineens fantastische liedjes schreef en speelde, combineerde dat met zijn plotselinge geloofsbelijdenis en zijn Never Ending Tour: there’s a story I was told and this story I will tell.
Echter, in die tijd zou ik een nieuwe cd uitbrengen en daar had ik ook liedjes voor nodig. Dus ging ik over op het Nederlands: ooit werd mij een verhaal verteld en ik vertel het door.
En zo kwam het ook uit op de cd De Neerkant.
Voor onze laatste CCC tour besloten we het nummer een aantal keren in ons repertoire op te nemen en zo was ook deze cirkel weer rond. Alleen kon ik het nu, zelf zingend en gitaar spelend, niet op wasbord kwijt. En daar was het toch eigenlijk om te doen geweest.’

 

Slaapliedje (H.Schreurs)   DROOM

Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen. Eerder verschenen op de lp Castle in Spain (1973) en als live uitvoering, opgenomen op 19 augustus 1974 in het Shaffy Theater, Amsterdam, op de lp CCC for Ever, in de verzamelbox CCC Inc. 1967-2017 als resp. Volume V en VI.

Het Slaapliedje is de enige van de 87 eigen CCC-composities, die de tand des tijds glansrijk heeft doorstaan. Ondanks of misschien wel dankzij de breekbaarheid van het lied werd het een publiekslieveling.

Huib Schreurs:
‘Op een mooie dag in de lente zoekt een jongeman in de stad het meisje waarop hij verliefd is.
Pas ’s avonds laat ziet hij haar een café binnenkomen, maar ze verdwijnt meteen weer.
Verliefdheid zonder hoop.’

 

I’ve Just Seen A Face (Lennon/McCartney)   JONGENSDROOM

Opgenomen bij het laatste optreden van CCC in Amstelveen op 28 februari 2020. Verscheen al eerder op de cd Jack Owned Another House, die in eigen beheer werd uitgebracht in 2017.

Ernst Jansz:

‘Joost kwam er mee aan. We hadden al eerder, meestal op blauwe maandagen, enkele nummers van de Beatles gespeeld, zoals in de 70er jaren Why Don’t  We Do It On The Road en ook Rocky Raccoon in een solo-uitvoering van Joost. Later Run For Your Life (1994, verschenen op Jan en in de verzamelbox CCC Inc. 1967-2017, Volume IX, track 11, luister hier) en Girl (1996, verschenen in dezelfde box, Volume X, track 3, luister hier).

Joost had ook bedacht dat Huib het zou zingen. En zo is het gekomen.
Het is een merkwaardig fenomeen, dat al onze drie muzikale uitsmijters in die 54 jaar werden gezongen door Huib Schreurs en niet door een van onze twee gelouterde zangers, Joost en Jaap. De eerste was Green Green Happy Home, ook grotendeels door Huib geschreven en onze enige noemenswaardige single ooit. De tweede was Castle in Spain, eveneens van zijn hand. En nu dus I’ve Just Seen A Face.

Wellicht speelt zijn daarbij uitgevoerde dansje een rol. In al die jaren dat ik Huib ken (vanaf ons zestiende), had ik hem nog nooit zien dansen. Het was in 2001, op het Eindhovense Folkwoods Festival. Daar begon hij ineens te schuifelen, te springen, te boksen. Hij was kwaad omdat Herman Brood zich van het Hilton Hotel in Amsterdam had gestort, juist op de route die 16-jarige dochter Lola elke dag van en naar school fietste. Hij noemde het de lullendans. Hij had die afgekeken van jongens zonder meisje die hij in het wilde weg zag dansen in Paradiso, toen hij er directeur was. Later, in 2009, toen hij I’ve Just Seen A Face tijdens een optreden opdroeg aan de pas overleden Michael Jackson, reageerde het publiek met boe-geroep, waarschijnlijk omdat ze Michael Jackson als een dubieuze disco-gast zagen, die niet bij onze muziek zou horen. Huib: ‘ik dacht, ik zal ze krijgen en besloot ter plekke mijn eigen dans te doen’.

In het lied zing ik de tweede stem en bij het zinnetje I dream of her tonight moet ik altijd denken aan Alice, het meisje waarop Huib en ik in onze tienerjaren allebei tot over onze oren verliefd waren, en veel te vroeg gestorven. Het zijn deze liedjes die hen, die ons zijn ontvallen, maar ook onszelf, inmiddels al lang niet meer de jongsten, levend houden.’

 

Orange Blossom Special (E.T.Rouse)   STOOM

Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen.

Joost Belinfante:

‘Fiddlespelen in de USA is georganiseerd als een soort sport. Er zijn competities. Er zijn kampioenen. Iedereen wil de beste zijn. Men troeft elkaar af met snelheid, met ritme en nieuwe toevoegingen en zo ontwikkelt het fiddlespel zich.
The Orange Blossom special wordt beschouwd als het Amerikaanse volkslied  voor fiddlespelers. Het stuk werd in 1938 geschreven door Ervin T. Rouse. De ontwikkeling ervan in de tijd is nu heel goed te volgen. Er bestaan opnamen waarop Rouse het stuk zelf speelt. Sindsdien is het ontelbare malen door talloze spelers uitgevoerd en geregistreerd. Het stuk wordt steeds virtuozer. Er wordt een maat toegevoegd. De ritmiek verandert. De Orange Blossom Special zoals die nu in de muziekboeken voor fiddlespelers staat is niet meer hetzelfde stuk dat Ervin T. Rouse gecomponeerd heeft.’

 

Ik was een hippie (E.Jansz)   FLOWERPOWER

Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen.

Ernst Jansz:

‘Elk optreden met de CCC mag ik 1 nummer zingen. Dat is al sinds 1971 een goede gewoonte, waar we nooit van zijn afgeweken, ook niet toen mijn populariteit als een van de twee zangers van Doe Maar tot grote hoogte steeg. Het is dus altijd even puzzelen welk nummer, want mijn vrienden lieten me altijd vrij in de keuze, zelfs al was het een nummer van Dylan, dat na 8 minuten nog geen greintje einde vertoonde. Hun enige commentaar was: zou je dat nou wel doen?
Voor het optreden in Amstelveen, dat ons laatste optreden zou worden, maar dat wisten we toen nog niet, was mijn keuze gevallen op Ik was een hippie. Ik had het lied geschreven ter ere van ons 50-jarig bestaan in 2017 en het kwam uit op mijn cd De Neerkant. Het lied is een herinnering aan een bijzondere tijd en een bijzonder en mij zeer dierbaar gezelschap. In het fotoboek van CCC, tien jaar eerder uitgebracht, zegt Joost Belinfante het zo:
“Vandaag betekent CCC Inc.: een club van vrienden, die er al 40 jaar genoegen aan beleven om zo nu en dan bij elkaar te komen, te kletsen en muziek te maken. In 40 jaar gebeurt alles. Avontuur, haat, liefde, ontrouw, krankzinnigheid, dood. Alle grote gevoelens en gebeurtenissen hebben we als clubje meegemaakt.”
En dat is waar. Zo trokken wij ons in 1970 terug op een boerderij in het dorpje Neerkant, midden in de Brabantse Peel en stichtten er een commune. Zoals in de tekst van Ik was een hippie staat:

          wij dachten dat wij daar te midden van de bossen       
          een schuld in konden lossen aan de wereld en elkaar
          om met een ideaal het tij te kunnen keren
          het strijden te bezweren om macht en kapitaal 

Wie van ons had kunnen bevroeden dat precies 50 jaar later de hele wereld in een 4us-crisis zou belanden, waar macht en kapitaal opnieuw, en in nog niet gekende hevigheid, aan de poorten van onze vrijheid zouden rammelen. Het heeft er onder andere toe geleid dat het tweede deel van onze 2020-toernee werd verboden. Het zijn de laatste klanken van onze laatste optredens uit dat jaar die hier, op deze pagina, te horen zijn.’

 
 

Waiting For The Federals (traditional)   HOOP

Toetje. Nooit eerder uitgebracht. Opgenomen tijdens het allerlaatste optreden van CCC op 28 februari 2020 in P60, Amstelveen.

 
En verder

January (traditional)
Opgenomen 18 januari 2011 in de Kleine Komedie, Amsterdam.

January

Out of Jail (traditional)
Opgenomen 18 januari 2011 in de Kleine Komedie, Amsterdam.

Out of Jail

Wayfaring Stranger (traditional)
Opgenomen 29 januari 2011 in de Stadsschouwburg te Sittard.

Wayfaring Stranger