Start > Onze instrumenten > De Mandoline

De Mandoline

1 januari 2012

De geschiedenis van de Mandoline

Het snaarinstrument de Mandoline is een directe verwant van de Luit, een snaarinstrument met een bolvormige klankkast vooral veel bespeeld in de Renaissancetijd in de veertiende en vijftiende eeuw en de Baroktijd van 1600 tot 1750.

Het woord mandoline is afgeleid van het Franse Mandore en het Italiaanse Mandola in de zestiende eeuw. In 1643 duikt voor het eerst in Italië de naam Mandolino op hetgeen zoveel betekend als ‘kleine luit’ Ook Stradivarius bouwde deze instrumenten, waaronder de oudste nog bestaande mandolines.
De mandoline werd vooral gespeeld in Kamermuziek waarbij de bekendste componist die werken componeerde voor de mandoline Antonio Vivaldi (1678-1741) was. De moderne mandoline werd ontwikkeld in Napels in de late achttiende eeuw met vier paar dubbel uitgevoerde stalen snaren die werden bespeeld met een plectrum. De snaren worden meestal gestemd als de snaren van een viool, G-D-A-E, maar er worden ook andere stemmingen gebruikt.

Nog steeds bestaan er vele mandolineachtige snaarinstrumenten, vooral in Oost-Europa en Azië die allemaal afgeleid zijn van het oertype, de met een vel bespannen kalebas met een nek eraan bevestigd en bespannen met diverse snaren, getokkeld dan wel gestreken. Exotische namen als de Oud, de Kemenche, de Tahr, de Yayli Tanbur en de bekender Saz uit Turkije en de Bouzouki uit Griekenland zijn er enige voorbeelden van.

 

  

de Yayli Tanbur, de Kemenche, de Saz en de Bouzouki

De Mandoline in de Verenigde Staten

Aan het eind van de negentiende eeuw werd de mandoline in Noord Amerika geïntroduceerd door de vele immigranten uit Zuid Europa en met name uit Italië. Er verschenen talloze mandoline orkesten die de groeiende middle class moest amuseren en rond 1900 werden er vele tienduizenden verkocht. In principe verschilde de ontwikkelingen en gebruik van de mandoline niet van de eerder beschreven introductie van diverse snaarinstrumenten in de Verenigde Staten.
Maar de evolutie naar de moderne ‘flat-back’ mandoline zou het instrument in Amerika een geheel andere muzikale wending geven.
Het was Orville H. Gibson, geboren in New York 1856, die snaarinstrumenten begon te ontwerpen en te bouwen. Als rechtgeaarde Amerikaan was hij niet onder de indruk van de vaak eeuwenoude tradities en bouwwijze van Europese instrumenten. Hij richtte in Kalamazoo, Michigan, de Gibson Mandolin-Guitar Manufacturing Co. op in 1902 en begon deze instrumenten te herontwerpen en bouwen.

           
Orville Gibson, Lloyd Lear, de F stijl en A stijl mandolines

Hij was de uitvinder van de arch-top klankkast, een klankkast gemaakt naar het gewelfde model van een viool, inclusief de F-sleutel klankgaten en kreeg er patent op. Hij paste het arch-top model zowel toe op de gitaar als de mandoline. Voor de mandoline bouwde hij in principe twee verschillende stijlen, de A stijl, een teardrop model met F-sleutels en het F model, een soort kleine arch-top gitaarbody met F-sleutels en vaak een kunstig bewerkte top. De wat in het gebruik onhandige bolle buik van het oorspronkelijke Italiaanse model werd door hem losgelaten. De prijzen van deze instrumenten, zowel oud (met name met de handtekening van zijn hoofdconstructeur Lloyd Loar) als nieuw kunnen oplopen van enige duizenden tot meer dan 100.000 dollar. Uiteraard was Gibson niet de enige mandoline bouwer maar was wel de grote vernieuwer van het instrument. Overigens heb je tal van mandoline-achtige instrumenten in alle soorten en maten zoals de mandoline banjo en de mandoline dobro.

 

Bill Monroe

Toch was de mandoline nooit zo popupair geworden, zowel in de Americana muziek als de rockmuziek, dank zij de ‘vader van de Bluegrass’ Bill Monroe.

  
Bill Monroe

William Smith Monroe (1911-1996) was geboren in Rosine in de staat Kentucky, ook wel genaamd de Bluegrass State. Hij kwam uit een grote muzikale familie waar iedereen wel een instrument bespeelde. Als jongste zoon waren in de familie de meeste instrumenten bezet door zijn broers en zusters zodat hij het minst populaire instrument, de mandoline, kreeg toebedeeld. Hij herinnerde zich dat hij het verzoek kreeg van zijn familie om de helft van zijn mandoline snaren te verwijderen zodat het volume wat minder werd. Zijn ouders stierven toen hij nog jong was (zijn moeder was van Nederlandse afkomst met de achternaam Van der Vere, veramerikaanst naar Vandiver) en hij groeide verder op bij zijn oom Vandive Pendleton, de naamgever van een van zijn beroemdste songs, Uncle Penn.

Hij begon zijn carrière in 1929 met de groep de Monroe Brothers en begon opnames te maken vanaf 1936 voor RCA Victor. Vanaf 1939 vormde hij groep The Bluegrass Boys nog steeds muziek makend in de traditie van de Amerikaanse stringbands. In december 1945 trad de banjospeler Earl Scruggs toe in de the Bluegrass Boys en ontketende een sensatie bij het publiek met zijn manier van three finger picking op de banjo. Iets later kwam Lester Flatt bij de groep en samen met de fiddler Chubby Wise en bassist Howard Watts en uiteraard met Bill Monroe op zijn Gibson F5 Lloyd Loarmodel mandoline, werd met deze line up de Bluegrass muziek geboren. In 1946 en 1947 namen zij voor Columbia Record 28 songs op die deze muziekstijl definieerden waarbij overigens ook de song ‘Blue Moon of Kentucky’ in 1954 door Elvis Presley als B-kant gebruikt voor zijn eerste single bij Sun Records.

Bluegrass wordt gekarakteriseerd door hoge tempo’s, messcherpe samenzang met invloeden uit de gospel,blues en eigenlijk alle zangvariaties uit het Americana repertoire en virtuoze instrumentbeheersing met solo’s en breaks van de mandoline, banjo en fiddle.

  
The Bluegrass Boys met in het midden Flatt en Scruggs

In 1948 verlieten Scruggs en Flatt de band en begonnen hun groep the Foggy Mountain Boys die veel succes oogsten in de vijftiger en zestiger jaren.
In de late jaren vijftig hield het commerciële succes echter op met de opkomst van de Rock&Roll maar met de Folkrevival in de jaren zestig werd Monroe ‘herondekt’ Het nieuwe publiek identificeerde de Bluegrass muziek meer met de herontdekte Folkmuziek dan met de gangbare meer commerciële Country & Western muziek. Na een groot stuk over hem in het toen toonaangevende folkblad Sing Out en zijn optreden als middelpunt op het eerste Bluegrass Festival in Roanoke in Virginia in 1965 was de faam van Bill Monroe als vader van de bluegrass definitief gevestigd.Monroe is opgenomen in de Country Music Hall of Fame in 1970, in de Nashville Songwriters Hall of Fame in 1971 en de Rock&Roll Hall of Fame in 1997 met de vermelding ‘early influence’
Bill Monroe stierf in april 1996 waarna Emmylou Harris stelde:
‘We all knew that if he ever got to the point that he couldn’t perform that he wasn’t going to make it. Music was his life’

In de popmuziek was het Ry Cooder die de mandoline bekendheid gaf. Ook Rod Stewart met de hit Maggie May in 1971 maakte een groot publiek vertrouwd met de mandoline.

En Jimmie Page van Led Zeppelin:

 

Jaap van Beusekom
augustus 2011

In CCC speelt Joost de mandoline, een Gibson A-model uit 1919. Vroeger speelde de overleden Jan Kloos het instrument, niet vaak, maar te horen in het razendsnelle nummer Good Grief! op de eerste Elpee To Our Grand Children.

Jan Kloos op mandoline, 1971Jan Kloos, 1971
(foto Molly Mackenzie) 

Onze instrumenten