Start > Onze instrumenten > Americana in de Muziekindustrie

Americana in de Muziekindustrie

25 november 2014

Het is vandaag de dag niet voor te stellen dat vóór het jaar 1900 alle muziek voor mensen éénmalig en op één plek te horen was, namelijk alleen op het moment dat zij werd uitgevoerd. De techniek om geluid op te nemen en daarna te reproduceren bestond eenvoudigweg nog niet.
De uitvinding van de geluidsdrager, waarmee muziek die was opgenomen daarna eindeloos kon worden afgeluisterd zou de (muziek)wereld totaal veranderen.

De eerste geluidsdrager, de Fonograaf, werd uitgevonden door Thomas Edison in 1877. Het geluid werd vastgelegd op een wasrol die aan de buitenkant middels groeven de opnames registreerde en weer kon worden afgeluisterd. Deze wasrollen, waar opname en afluistering in dezelfde behuizing zaten, zoals bij de latere bandrecorder, konden echter maar een beperkt aantal keren worden gebruikt.

 EdisonPhonographfonogramGrammofoon

Het was Emile Berliner die in Amerika eind negentiende eeuw de opnameschijf uitvond die hij de Gram-o-phone noemde. Zijn eerste plaat was 5 inch (13 cm) in diameter, gevolgd door de 10 inch in 1901 en de 12 inch in 1903, die 4 minuten opnames kon bevatten met allerlei verschillende afspeelsnelheden en materialen. In 1925 kwam er de standaard van 78 rpm, de 78 toerenplaat met geregistreerde, opgenomen muziek die alleen kon worden afgeluisterd.
Uiteindelijk werd door de maatschappij Columbia in 1948 de langspeelplaat geïntroduceerd, de elpee van het materiaal vinyl op 33/13 toeren per minuut, die op zijn beurt begin jaren negentig weer (gedeeltelijk) werd vervangen door de digitale compact disc, de cd.
his masters voice              brunswick              united artists

Door deze uitvindingen schoten de platenmaatschappijen vanaf 1900 als paddenstoelen uit de grond met namen als Edison, Victor (His Master’s Voice), Columbia en, iets later, United Artists en Brunswick. Toen de patenten van de eerste afspeelapparatuur begin jaren ’20 verliepen, kwamen er ook nog allerlei onafhankelijke labels bij. Voor deze platenmaatschappijen en labels was natuurlijk de volgende vraag: wat ga je op de plaat zetten, wat ga je registeren en opnemen en wat willen de mensen horen en dus kopen? Natuurlijk: muziek, muzikanten, bands. Dus ging iedereen in de prille muziekindustrie daar naarstig naar op zoek. Ik beperk mij in dit verhaal tot de muziek onder de verzamelnaam Americana.

Voor de muzikanten betekende de uitvinding van de geluidsdrager niets minder dan een revolutie. Eindelijk konden ze  een beroep maken van hun muziek, vóór die tijd beperkt tot een vrijetijdsbesteding die niet verder reikte dan hun eigen woonplaats, familie en vriendenkring.

Tegelijkertijd, in dit verband even belangrijk, werd de draadloze radio uitgevonden. Radio, een apparaat waardoor de favoriete muziek gewoon via de lucht, de ether, de huiskamer binnenstroomde!
radio1     radio2
Tussen 1920 en 1930 had 60% van de Amerikanen een radio in huis en kon men luisteren naar meer dan 600 radiostations verspreid over Amerika. In een enkel jaar, 1922, steeg het aantal radiostations van 28 naar 570! De beroemdste was natuurlijk de WSM (The Legend) waar sinds 1925, tot op de dag van vandaag, de Grand Ole Opry werd uitgezonden. Een 50.000 Watt AM station op 650 kHz dat een enorme reikwijdte had in de VS en zelfs daarbuiten, vooral ‘s nachts! Heel Amerika lag ‘s avonds avoor de radio, het eerste collectieve entertainmentmoment van de Natie! Johnny Cash kon er met liefde over vertellen.

Bij de radio

Aan de behoefte en honger naar nieuwe muziek kon nauwelijks worden voldaan. Vandaar  dat de zogenoemde A(Artist)&R(Repertoire) mannen van de labels er massaal op uit  trokken om nieuwe talenten op te sporen voor hun releases. Blank of zwart, het maakte  niet uit, als het maar verkocht. Je zou kunnen beweren dat deze eerste commerciële  benadering van de verkoop van platen de integratie van de zwarte Amerikanen enorm heeft bevorderd. De Civil Rights Movement, die dit uiteindelijk politiek vertaalde, kondigde zich 20 jaar later al snel aan.

De platenindustrie in Old Time Music tot de Grote Depressie in de jaren dertig
(bron: the New Lost City Ramblers Song Book, 1968)

new lost city ramblers songbook  poster2

In juni 1962 interviewde Mike Seeger de A&R man Frank Walker, een van de drie prominente muziekcollectors van platenmaatschappij Columbia, verantwoordelijk voor de ontdekking van talloze Oldtime muzikanten die zouden worden uitgebracht op de 15.000 series van Columbia records. De andere twee A&R mannen waren Brockman en Ralph Peer, afkomstig uit het Zuiden van de Verenigde Staten waar verreweg de meeste muzikanten vandaan kwamen. Frank Walker, zelf ook mondharmonicaspeler, belandde, na gediend te hebben in de eerste wereldoorlog, in 1919 bij Columbia Records en ging in 1922 met een technicus en een partij wasrollen naar het Zuiden voor zijn eerste opnames in Georgia.

Toen hij terugkwam in het Noorden begreep niemand van Columbia wat hij in hemelsnaam had opgenomen, laat staan dat men het wilde uitbrengen. Uiteindelijk werd de muziek op het label 15.000 series toch uitgebracht maar in eerste instantie alleen gedistribueerd in het Zuiden. Walker noemde de muziek niet naar de eerdere benaming ‘Hillbilly‘ maar ‘Old Familiar Tunes‘ en later ‘Songs of the Hills en Plains‘ en uiteindelijk: ‘Country‘. Hij reisde tweemaal per jaar naar het Zuiden en kwam dan terug met 200 masters per trip, een aantal dat gezien de loodzware apparatuur nog net te dragen en te vervoeren was.
Zijn artiesten verzamelde hij door in lokale kranten zijn komst aan te kondigen om vervolgens via audities de beste songs en muzikanten uit te kiezen. Vervolgens werden die klaargestoomd om ze op locatie op te nemen, in de ruimtes die ter plekke beschikbaar waren, zoals hotelkamers en schuren. Tevens was er altijd wat te drinken  ‘mountain dew brought in for hoarseness, colds, and the removal of fear’

Zo deed hij talloze steden en dorpen in het Zuiden aan waar mensen van heinde en ver op de audities afkwamen. Het repertoire verdeelde hij in 4 categorieën: gospel and religious songs, jigs and reels, heart and sentimental songs en ‘event’ songs. In deze laatste categorie ging het om songs met een moraal of een verhaal, zoals de zogenaamde outlaw- en murderballads. De landelijke songwriters, die hun teksten meestal op bestaande melodieën schreven, werden door Walker beschouwd als dichters!
Hier Gid Tanner, een door hem ontdekte band.

Om ter plekke ook zijn 78 toeren platen te kunnen verkopen kondigde Walker in de locale kranten een platen-luistersessie aan op zaterdagmiddag in de plaatselijke general store. Over één ervan vermeldt hij dat er, om nieuwe releases op uit te proberen, commentaar te vernemen en platen aan te verkopen, meer dan 150 toehoorders kwamen opdagen, veel meer dan verwacht.  Zij konden er geen genoeg van krijgen en bleven maar vragen naar platen met voor hun volstrekt nieuwe muziek, tot ver na etenstijd. Walker vraagde zich af hoe hij de mensen uit de zaak kon krijgen. Uiteindelijk zette hij een Caruso-plaat op en in een oogwenk stroomde de zaak geheel leeg. Opera was duidelijk niet aan zijn publiek besteed.

Hier de website met alle releases van het label 15000 series. Alle zwarte muziek, zoals jazz en blues, bracht Columbia onder in de 14000 series (de markt, het publiek en de muzikanten waren toen nog strikt gescheiden in blank en zwart). Ook een vroeg independent label als Okeh records, later overgenomen door Columbia, kende een dergelijk uitgave: de Okeh 8000 series.

okeh records

bessie smith

hank williams

 

 

 

 

 

 

 

Overigens werd lang niet alles ter ter plekke opgenomen. Heel veel artiesten en bands werden in de loop van de tijd naar New York (the Big Apple!) gehaald om daar in de geluidsstudio’s van de daar gevestigde platenmaatschappijen te worden opgenomen. In nauwelijks 5 jaar tijd werd een schat aan de toen belangrijke muzikanten en bands, blank en zwart, opgenomen en aldus gedocumenteerd. Het begin van wat vijfentwintig jaar later zou uitgroeien tot de Rock & Roll!

De 78 toeren plaat gaf creatieve muzikanten de tot die tijd ongekende kans om beroepsmatig hun vak uit te oefenen. Plotseling konden ze bekend worden buiten hun kleine kring. Daarbij werden hun opnames door de opkomst van de talloze radiostations voor iedereen toegankelijk, waardoor ze zelfs konden gaan toeren in het Zuiden van Amerika. Het absolute hoogtepunt in de populariteit van Old Time Music lag tussen 1927 en 1930. De film ‘Oh Brother where art Thou’ geeft daar een mooi beeld van.

Aan dit alles maakte De Grote Depressie een abrupt einde.

Why can't you give my dad a job billions lost as stock crashes depressie2

Toen de stofwolken ervan waren optrokken bleek niemand meer geïnteresseerd in deze muziekvorm, met instrumenten als banjo en fiddle. Countrymuziek werd meer en meer bepaald door de opkomst van de gitaar en ‘sterren’ als Jimmie Rodgers. Pas bij de opkomst en het ontstaan van Bluegrass na de Tweede wereldoorlog en de folkboom van de jaren vijftig en zestig kwam de belangstelling voor deze eerder vastgelegde ‘Old Time’ muziek weer terug. Mike Seeger en zijn New Lost City Ramblers hebben daarin een grote rol gespeeld.

Het was uiteraard niet alleen Columbia die actief was met talentenjachten in het Zuiden. Nadat er in 1927, door de ergste overstroming ooit in de geschiedenis van de Mississippi, een enorme migratie op gang kwam van de Zuidelijke zwarte bevolking naar het Noorden en met name naar Chicago, werd deze stad het centrum van de eerste elektrisch versterkte stadsblues: de Rhythem and Blues. Chicago alleen al had drie platenmaatschappijen: Victor, Brunswick (later Warner Brothers) en Decca. Het was de stad waar alle populaire bluesmuzikanten woonden en speelden en waar hun platen als zoete broodjes werden verkocht.

De ontwikkeling na de jaren dertig, de rol van Library of Congress en de familie Lomax

Het Library of Congres is opgericht in 1800 door het Amerikaanse Congres, toen President John Adams de regering verplaatste van Philadelphia naar Washington D.C. Deze bibliotheek is de oudste federale culturele instelling in de Verenigde Staten. Het is de grootste bibliotheek ter wereld, met miljoenen boeken, opnames, foto’s en manuscripten in haar collectie en dient als onderzoeksinstituut voor het Amerikaanse Congres. Of, zoals de officiële versie luidt:
The Library’s mission is to support the Congress in fulfilling its constitutional duties and to further the progress of knowledge and creativity for the benefit of the American people.
In 1928 werd als onderdeel van de bibliotheek the Archive of American Folk Song toegevoegd dat later is opgegaan in het Archive of Folk Culture.

American Congress

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

John Avery Lomax (1867-1948) werd geboren in Goodman, Mississippi, en groeide op in Texas, waar hij Engelse literatuur studeerde aan de Universiteit. In zijn jeugd had hij een reeks teksten van cowboyliedjes verzameld die hij liet lezen aan zijn Engelse professor, die de teksten afdeed als ‘goedkoop en minderwaardig’. In 1907 kreeg John Lomax de kans om te studeren aan de Harvard Universiteit in Massachusetts en daar werd hij juist door zijn leraren aangemoedigd om deze teksten van cowboysongs te verzamelen en te bestuderen. Dat veranderde zijn leven dramatisch en terug in Texas publiceerde hij in 1910 zijn Anthologie Cowboy Songs and Other Frontier Ballads. Na een aantal omzwervingen en een baan als bankier in Chicago kwam hij uiteindelijk in contact met het Archive of American Folk Song die al een aantal opnames in het bezit had van Field recordings van folkmusic op wassen rollen, de oudste uit 1890. Men kwam overeen dat hij met opnameapparatuur, bekostigd door het Archive, het land zou intrekken om muziekopnames te maken voor de collectie van het Archive of American Folk Song van het Library of Congress.

In 10 jaar tijd verzamelde hij tienduizend (!) opnames, talloze films en manuscripten, daarbij geassisteerd door familieleden, met name door zijn zoon Alan die in 1937 de eerste betaalde werknemer van het Archive zou worden. In juni 1933 kon John samen met de toen 18 jarige Alan aan zijn reis beginnen en werden met name in gevangenissen talloze opnames gemaakt van muziek die, volgens Lomax, in deze geïsoleerde plekken nog ongeschonden en authentiek was gebleven. Dankzij verbetering van de opnameapparatuur kon hij uiteindelijk een 150 kilo zware acetaatplaatrecorder in de kofferbak van zijn Ford Sedan laten monteren.

johnlomax opnameapparatuur john lomax
John Lomax en zijn autostudio

Hiermee nam hij in 1934 de zanger Huddie Ledbetter, Leadbelly, op in de Louisianne State Penitentiary in Angola, later gevolgd door talloze opnames in het Zuiden. Lomax, als Folklorist, bleef voortdurend zoeken naar oorspronkelijke, authentieke muziek die nog niet beïnvloed was door het geluid van het steeds verder uitdijende radiocircuit en de muziek van de nieuwe platenreleases. Met subsidies van de Rockefeller Foundation en de Carnegie Corporation konden de Lomaxen, ondanks de Grote Depressie, doorgaan met hun opnames die letterlijk tot de zuidgrens plaatsvonden, van Spaanse ballades bij de Rio Grande tot de muziek van de Franstalige Acadians in Zuid Louisianna.

John Lomax’ werk werd voorgezet door zijn zoon Alan, geboren in 1915 in Austin, Texas, en overleden in 2002 in Sarasota, Florida. Zijn dienstverband bij het Archieve, vanaf 1937, eindigde in 1942 toen het Congres de subsidies voor het verzamelen van folksongs stopte. Een politiek gure wind begon te waaien in Amerika. Congresleden vroegen zich openlijk af wat in hemelsnaam de historische waarde voor hun archief kon zijn van het verzamelen van songs van gevangenen en misdadigers.

Woody Guthrie en Leadbelly
Woody Guthrie en Leadbelly

Onafhankelijk geworden bleef Alan Lomax muziek documenteren, maar nu in Engeland, het Caribische gebied, Italië, Ierland en Spanje, om uiteindelijk terug te keren naar de Verenigde Staten. Weer terug maakte hij opnames van muzikanten als Woody Guthrie, Pete Seeger en talloze andere artiesten. Uiteindelijk liep de optelsom van al zijn opnames, in bezit van het Smithonian Institute en de opnames voor het archief van het Library of Congress in de tienduizenden. Tussen 1942 en 1979 (!) was Alan Lomax regelmatig het onderwerp van onderzoek door de FBI. Het had te maken met de tijd van McCarthyism, vermeende communistische sympathieën en zijn rol in de Civil Rights beweging. Maar uiteindelijk kreeg hij de National Medal of Arts van President Ronald Reagen in 1986 uitgereikt, de Library of Congress Living legend Award in 2000 en diverse andere prijzen.Video’s van Alan Lomax

alan lomax1 alan lomax3 alan lomax2
Alan Lomax

De platenmaatschappijen na de Tweede Wereld oorlog

De grootste platenmaatschappij op het gebied van Americanamuziek was het door Moses Asch opgerichte Folkway Records in 1948. Folkways bracht 2168 albums uit, niet alleen van Amerikaans Old Time Music maar van folksongs uit de hele wereld. Kortom, een label dat geheel gespecialiseerd was in wat nu Wereldmuziek is gaan heten. Alle ‘vergeten’ artiesten uit het begin van de twintigste eeuw werden door Folkways opnieuw uitgebracht waardoor in de jaren ’50 en ’60 de belangstelling voor deze Old Time muzikanten uit het landelijke Zuiden enorm toenam, maar nu in de noordoostelijke stedelijke omgeving in de VS.

Ook ik zelf heb er aardig wat in mijn bezit, allemaal besteld eind jaren zestig in Amerika. Je schreef een brief (!) naar het adres van Folkways in New York met het verzoek om een de papieren catalogus en een paar weken later werd deze keurig per post afgeleverd. De lp’s waren schitterende uitgaven in dik vinyl met een stevige, prachtige kartonnen hoes met 2 vakken, een voor de elpee en een tweede voor een boekje (booklet) met uitleg en teksten.

De Folkboom uit de jaren ’50 en ’60 in Amerika en de Westerse wereld en de invloed ervan op letterlijk alle popmuziek is grotendeels aan Folkways te danken. Vooral de iconische zes-delige serie Anthology of American Folk Music samengesteld door de filmmaker Harry Smith en in 1952 uitgebracht door Folkways Records was hier debet aan. Het bevatte 48 nummers van folk, blues en country uit de jaren ’27 tot ’32.
Na de dood van Moses Asch in 1986 werd Folkways overgenomen door het Smithonian Institution Center for Folklife and Cultural Heritage in Washington, D.C. en werden talloze platen uitgebracht door Smithsonian Folkways Recordings. Ook Rounder Records, een groot onafhankelijk label opgericht in 1970 en gespecialiseerd in allerlei soorten Rootsmuziek, inclusief Bluegrass en Oldtime country, heeft de Alan Lomax Collection in zes delen uitgebracht.

moses asch The eskimo's of the Hudson Bay
Moses Asch met Sonny Terry en Brownie McGhee en een elpee van de muziek van Eskimo’s

Concluderend kunnen we stellen dat door een samenloop van uitvindingen, namelijk van de geluidsdrager en de draadloze radio, in het begin van de vorige eeuw, er een ongekende explosie is gevolgd van muziek voor een groot publiek, wat vóór het jaar 1900 volstrekt ondenkbaar was. Wat dit voor de muzikant heeft betekend hoef ik verder niet uit te leggen.
Oftewel, van een live concert voor een beperkt publiek van toehoorders op één plek naar een overal aanwezig miljoenenpubliek via plaat en radio. Het heeft de muziek, de muzikanten en de wereld voorgoed veranderd.

Nadat Lomax in 1959 terugkeerde naar New York organiseerde hij een concert in de Carnegie Hall met onder meer Jimmy Driftwood, Muddy Waters, Memphis Slim, Pete en Mike Seeger en de Rock&Rollgroep The Cadillacs. Deze combinatie van zwarte en blanke muziekstijlen inclusief een Rock&Roll band waren niet eerder samen op een podium te zien geweest, laat staan in de deftige Carnegie Hall. Het verhaal gaat dat Lomax werd uitgejouwd toen hij deze muziekkeus op het podium toelichtte. Maar Lomax creëerde daarmee juist de omslag in Amerikaanse Volksmuziek naar de vermenging van zwarte en blanke muziek: de Rock & Roll.

Aan het eind van de Rubriek ‘Onze Instrumenten’ in ‘De geschiedenis van de Zang in Americana’ schreef ik de tekst die ik hier bijna letterlijk weer herhaal:
Met het de uitvinding van de grammofoonplaat en de draadloze radio stroomden vanaf het begin van de vorige eeuw en met name na de Tweede Wereldoorlog plotsklaps al die muziek, die deze verbazingwekkende vermenging van culturen had opgeleverd, naar de oren van het grote publiek in de Westerse wereld. De Field Hollers, de Worksongs, de Blues uit de Mississippidelta, de Blues en Jazz uit New Orleans, het geluid van de Gospels en Spirituals, zangstemmen en songs in alle soorten en maten uit de Appalachia, later de Rhythm & Blues uit Chicago en de samenzang van de Bluegrass. Niet alleen in Amerika maar ook in Engeland en het vaste land van Europa is er een hele generatie na de Tweede Wereldoorlog muzikaal mee grootgebracht. Zonder het nieuwe zingen en de nieuwe muziek uit de Nieuwe Wereld, geen Beatles, geen Stones, geen Beatmuziek, geen Rock and Roll, geen Singer-Songwriters, geen Soul, R&B, hedendaagse Popmuziek, HipHop of Dance.

Alan Lomax besteedde de laatste 20 jaar van zijn leven aan zijn vurige wens om zijn gigantische archief toegankelijk te maken voor het publiek. Hij noemde dit project de Global Jukebox.
In januari 2012 kondigde het American Folk Centre van de Library of Congress aan dat zij het immense archief digitaal zouden gaan uitbrengen. In maart 2012 werd de collectie van 17.400 opnames van zijn persoonlijke archief online gezet en, conform de wens van Alan Lomax, voor iedereen gratis toegankelijk gemaakt. Hier de site. Alan Lomax recordings

la-et-seeger-dylan dylan Bob Dylan en Obama
Bob Dylan, met Pete Seeger, backstage op het Newport Folk Festival (foto Jim Marshall) en Obama

Op 24 augustus 1997 tijdens een concert in Vienna, Virginia, waar Alan Lomax, 82 jaar oud, speciaal naar toe was gekomen (he made a trip out to see me) bedankte Bob Dylan, die Lomax al kende uit zijn tijd in Greenwich Village in New York, hem publiekelijk voor al zijn werk en voor het ontsluiten van de geheimen van al die muziek en haar tradities, waaraan ook Dylan zijn carrière en zijn bestaan als muzikant te danken had.

Jaap van Beusekom, november 2014
.

Onze instrumenten