Start > Recensies > De Box, Wim Noordhoek

De Box, Wim Noordhoek

26 december 2011

CCC Inc. (21 september 2007)
Gaan leven als muzikant.
Zo’n beslissing, wanneer wordt die genomen?
Wordt ie eigenlijk ooit genomen?
Of blijk je het op een dag te zijn?  Muzikant?
Hoe dan ook… In het geval van CCC Inc. was het geen half werk.
Het bleek totaal te zijn. En voor het leven.

In 1968 leerde ik ze kennen en maakte ik de eerste radio-opnamen met ze. Traditionele Amerikaanse muziek,
deels af­komstig uit de ver­zame­ling van dominee van Beusekom, Jaap z’n vader. De bezetting was: fiddle,
theekistbas, gitaar, wasbord, banjo en mondharmonica. Plus van aller­lei eromheen en meerstemmige zang.
Alles akoestisch. Makkelijk opnemen in Hilversum, waar electrische gitaren toen nog een schier
onoverkomelijk probleem waren.
Ik leerde het woordje square dance. En daarmee begon een beeld op te doemen van het Amerikaanse
platteland. De eerste settlers. Hardwerkende boerenknechts die ‘s avonds op de front porches hun
mandolinen, banjo’s en gitaren bespeelden. Er werd gedanst. Natuurlijk waren er ook outlaws. De band ontwikkelde zich. In de stad was oefenruimte lastig te vinden. Zou het niet handig zijn als je met
z’n allen in één groot huis woonde? Een jaar later werd de boerderij in Neerkant gekocht. Daar zag ik als
bezoeker een leven van boterhammen met pindakaas, een bus die op de afsluitdijk bleef stilstaan,
eindeloos praten over alles, Spaanse laarzen voor iedereen, vocht en kou. Geldgebrek en shag. Ik was onder de indruk.
Leven hoe doe je dat? Anders dan je ouders. Anders dan de rest?Dat was ook de grote vraag achter het koorwerk dat later voortkwam uit het brein van Huib Schreurs:
‘Ooit dachten wij dat.’ Uitgevoerd door honderd man koren en musici in Paradiso op 23 oktober 1984.Ja, wat dachten ze, toen ze die boerderij in de Peel betrokken? Dat het anders kon. Hoe, dat moest nog worden uit­gezocht. Ik citeer Joost. “Behalve een popgroep was CCC Inc. ook een commune. Het idee commune kwam in de
hippietijd weer tot leven. Niemand wist wat het precies inhield. Wij ook niet. ‘Something is happening
here but you don’t know what it is, do you mr. Jones?’ Zong Dylan, en wij gingen ontdekken wat dat was…”.Maar wist Dylan het zelf eigenlijk wel?

Het was 1969. Weer Joost:’Als CCC Inc. een festivalterrein op reed, of voor een dorpszaal parkeerde, en wij rolden naar buiten –
mannen, vrouwen, kinderen, honden – dan gonsde er een gerucht door de gemeenschap: ‘Kijk, het
nieuwe leven, daar is het!’ Het straalde ook af van onze muziek. Het móest wel de muziek van het nieuwe
leven zijn.’Bewijs uit het ongerijmde.Veel van wat ze NIET wilden, was intussen duidelijk. Zoals een leider. ‘Don’t follow leaders’ had Bob Dylan gezegd en Dylan was zoveel als God. Maar nu? Hoe kwamen beslissingen dan tot stand?De groep zonder leider, dat betekende de permanente dis­cussie over alles.Hoe bijvoorbeeld neemt een commune een plaat op?Ik kreeg ermee te maken.Bij de opnamen in 1968 en 1970 (‘To our grandchildren’, de vele boekdelen sprekende titel van de eerste elpee)
was alles makkelijk, de technicus en de productie aan de ene kant van het glas, de band op de vloer. En dan
achteraf komen luisteren en overdoen of niet.
We aten bij de goedkoopste Chinees van Haarlem. Verschillende leden van de band kwamen voor het eerst bij een Chinees restaurant binnen. Het goedkoopste gerecht daar was Amerikaanse bami. Dat waren de restjes bami van de vorige dag, in de
frituur gegooid. We aten Amerikaanse bami.
Daarvoor en ook daarna heb ik nooit meer gehoord van Amerikaanse bami. Amerikaanse bami in december 1970.
Er was nu ook een elektrische bassist bij de band.Dat maakte het opnemen niet makkelijker. Zoals Appie speelde had misschien beter gepast bij Sun Ra. Maar
hij kwam van de Outsiders. Ernst noemt dat basspel in zijn liner notes ‘excentriek’. En dat is het.
Geen bas? En andere bassist? Onbespreekbaar.
In de productie hebben we toen de bas zoveel mogelijk gecamoufleerd, de gitaar van Jan Kloos nam die
functie over. En dan maar zo hard mogelijk zetten bij het afluisteren. Geen protesten gehoord.

Maar in 1971 bij ‘Watching the evening sun’ was alles opeens anders. Dat kwam door de meersporentechniek.
Er stond in de Bovema-studio opeens een machine die acht sporen apart kon opnemen, op banden zo breed
als pleerollen.
En meteen hoorde je als iemand een fout maakte: ‘Geen punt, dat zien we wel in de mix’.
Alles kon nog anders of over.
En toen kwam de mix. Rik Zaal, technicus André Hooning en ik hebben het geweten. Ik denk dat als iets de
commune de das om heeft gedaan dan was het de achtsporenmachine.
Iedereen hoorde opeens wat iedereen deed en ook heel precies wat ie zelf deed.
En erger, het kon dus nog veranderd worden.Opeens was er geen groep meer, want iedereen had zijn eigen spoor. Niemand was de baas, dus alles werd
evenredig verdeeld, ook de decibellen en de seconden.

De mix,Een eenvoudige waarheid drong in die dagen door tot CCC Inc. Als je het één harder maakt hoor je iets anders
zachter of niet meer.
Er moest bij die mix dus gekozen worden.Maar hoe doe je dat als niemand de baas is.Ze kwamen er niet uit.Om ze te pesten zijn Rik en ik koffie gaan drinken en hebben we de band zichzelf laten schuiven.(…) ‘Waar zit ik?’
We maakten plakkertjes voor alle instrumenten en iedereen schoof zich zelf.Een uniek sociologisch experiment. Het begin van het ik-tijdperk, denk ik.En nog steeds schuift iedereen zichzelf. In het leven net als in die studio.Ernst, Joost, Jaap, Huib, Jan, allemaal de vinger aan het eigen volume. En ja, iedereen maakte zichzelf steeds
harder. En dan haalde André de masterschuif weer omlaag en begon het spel van voren af aan.

Hoe eindigde de commune? Joost schrijft: ‘Te veel mensen, te veel zinnen, nooit een rustig moment. Venijnige vergaderingen, vechtende katten, maar
vooral ongekende relationele problemen op alle terreinen maakten op den duur het samenleven, het repeteren
en uitein­delijk zelfs de concerten onmogelijk.’

Het fotoboek is er. Samen met de Cd-box het ontroerende en onthullende verslag van 40 jaar muzikantenbestaan.
Behalve de prachtige foto’s van Molly MacKenzie staan er dus ook notities in van de bandleden.
Nog een keer Joost: ‘In veertig jaar gebeurt alles. Avontuur, haat, liefde, ontrouw, krankzinnigheid, dood. Alle
grote gevoelens en gebeurtenissen hebben we meegemaakt. En dat kun je aan de muziek horen. Ze is doorleefd.
Wij zijn zelf degenen geworden over wie we vroeger zongen.’
Het is waar. Ze zijn erin gegroeid. In hun muziek.

Ooit dachten wij dat.
Dat ooit is een raar soort ooit gebleken.
Een ooit dat bestand is tegen de tijd.
En dat nu voortleeft in dit boek en in deze Cd’s.

Recensies