Start > Verhalen > Het Wilde Noorden

Het Wilde Noorden

10 februari 2009

10-02-2009

HET WILDE NOORDEN

Spelen in het Noorden was meestal een bijzondere aangelegenheid. De daar heersende mentaliteit was anders dan in de rest van Nederland. Harder, Rauwer en Meedogenlozer.
Daarbij was het Noorden vanuit Neerkant, onze uitvalsbasis op de grens Brabant en Limburg, een bloedeind rijden over een schamel wegennet, wat het exotische karakter van de concerten in dit ‘buitenland’ alleen maar versterkte. Geen van de podia waarop wij speelden, op Huize Maas in Groningen na, bestaat nog. Een zaal waarvan wij de naam zelfs niet meer weten werd na een concert van Red Wing met ons in het voorprogramma door de overspannen eigenaar in brand gestoken. Zoiets kon alleen maar in het Noorden gebeuren.
Meer nog dan Groningen was Friesland het echte Wilde Noorden. Dat had ook te maken met de onlesbare drankzucht van de Friezen. Nergens werd zoveel en met zoveel passie gezopen als daar. Het leek wel of begin jaren zeventig heel Friesland zich in een permanente staat van dronkenschap bevond.
Onze vaste speelplek in Friesland was het dorp Bakhuizen in Gaasterland oftewel Bakhuzen in Gaasterlân-Sleat.. Een klassieke zaal gelegen achter een café. Een dergelijk concert leek nog het meest op een scène uit een Lucky Luck stripverhaal. Het enige wat ontbrak waren vuurwapens maar alle andere ingrediënten zoals vechtpartijen, bloed, mooie meisjes en veel, veel drank waren ruimschoots aanwezig.

Trapkesfoto Molly Mackenzie

Het laatste optreden was wel bijzonder dramatisch.
Het bier werd in glazen geschonken die, al of niet nog gevuld, direct op de houten vloer kapot werden gesmeten. Binnen de kortste tijd lag er een centimeters dikke laag glas op de vloer vermengd met verschraald bier. Hierin werden de meisjes rond gesleurd.
Het mooiste meisje, we zullen haar nooit vergeten, werd bovendien regelmatig op het podium gegooid waar diverse mannen zich op haar stortten. Zo werd het er akelig bevolkt met erg dronken Friezen. Het liep dan ook niet goed af. Iemand stootte een versterker om die zo hard op mijn bijna 80 jaar oude 5-snarige Leedy banjo viel dat de kop van de hals werd gespleten. De toorn van een wanhopig banjospeler was zelfs deze dronken Friezen te veel en zij verlieten schielijk het podium.
De stemming was voorgoed bedorven en na een poging een schadevergoeding bij de eigenaar los te krijgen, werden ons zelfs de gebakken eieren, die wij na een concert altijd geserveerd kregen, onthouden.
We zijn er nooit meer teruggekeerd.

Jaap van Beusekom
(gepubliceerd in: CCC Inc. Een Band 1967-2007 (In de Knipscheer ISBN 978 90 6265 589)

Verhalen